Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 20.7*

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.

Op grond van artikel 6.3a, eerste lid, kan slechts een verplichting worden opgelegd aan een aanbieder die beschikt over een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die:

  1. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  2. is verlengd ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  3. is verleend op grond van artikel 3.8a na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  4. is verlengd op grond van artikel 18, zevende lid, van het Frequentiebesluit 2013, na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  5. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verleend onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd;

  6. is verlengd ingevolge een besluit, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verlengd onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 02-03-2022.

Tekst van deze versie

Op grond van artikel 6.3a, eerste lid, kan slechts een verplichting worden opgelegd aan een aanbieder die beschikt over een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die:

  1. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  2. is verlengd ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  3. is verleend op grond van artikel 3.8a na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  4. is verlengd op grond van artikel 18, zevende lid, van het Frequentiebesluit 2013, na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a;

  5. is verleend ingevolge een uitgifte waarvoor het besluit, bedoeld in artikel 3.10, derde lid, is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verleend onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd;

  6. is verlengd ingevolge een besluit, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat is vastgesteld op of voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3a indien in dat besluit is bepaald dat die vergunningen worden verlengd onder de beperking dat na inwerkingtreding van artikel 6.3a een verplichting op grond van dat artikel kan worden opgelegd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet