-
Onze Minister, onderscheidenlijk het college, is bevoegd voor een juiste uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet van een ieder te allen tijde inlichtingen te vorderen voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
-
Degene van wie krachtens het eerste lid inlichtingen zijn gevorderd, is verplicht deze onverwijld te geven, maar in elk geval binnen de daartoe door Onze Minister, onderscheidenlijk het college, te stellen termijn.
-
In een vordering op grond van het eerste lid kan wat betreft de te geven inlichtingen worden volstaan met:
het omschrijven van het onderwerp waarover inlichtingen moeten worden gegeven en
de bij het verstrekken van de inlichtingen aan te houden mate van detail.
-
Degene van wie de verstrekking van inlichtingen is gevorderd, is verplicht binnen de door Onze Minister, onderscheidenlijk het college, te bepalen redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden. Artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
-
Met het oog op het bevorderen van een open en concurrerende markt in de elektronische communicatiesector maakt het college informatie met betrekking tot aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten of openbare elektronische communicatiediensten op een door het college te bepalen wijze bekend voor zover die informatie verband houdt met bij of krachtens de hoofdstukken 4 tot en met 9 en 11 van deze wet opgelegde verplichtingen. Van gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur wordt geen mededeling gedaan.
Inhoud
Artikel 18.7
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 19-05-2004.
Deze versie geldt vanaf 19-05-2004.
01-07-2026
Huidig
01-09-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
28-06-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-06-2023
Historisch
19-04-2023
Historisch
01-05-2022
Historisch
02-03-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
21-12-2020
Historisch
04-12-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
11-07-2020
Historisch
01-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-07-2016
Historisch
30-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
11-03-2015
Historisch
11-12-2014
Historisch
01-08-2014
Historisch
25-01-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-04-2013
Historisch
15-03-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2012
Historisch
30-06-2012
Historisch
05-06-2012
Historisch
08-02-2012
Historisch
16-07-2011
Historisch
31-03-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
28-12-2009
Historisch
01-10-2009
Historisch
01-09-2009
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
15-10-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
01-04-2008
Historisch
03-03-2008
Historisch
02-11-2007
Historisch
01-10-2007
Historisch
12-09-2007
Historisch
17-08-2007
Historisch
20-07-2007
Historisch
30-06-2007
Historisch
07-02-2007
Historisch
01-02-2007
Historisch
13-12-2006
Historisch
01-09-2006
Historisch
08-03-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
01-07-2005
Historisch
01-09-2004
Historisch
19-05-2004
Historisch
21-05-2003
Historisch
01-01-2003
Historisch
29-05-2002
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2002
Tekst van deze versie
- Onze Minister, onderscheidenlijk het college, is bevoegd voor een juiste uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet van een ieder te allen tijde inlichtingen te vorderen voorzovervoor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
- Degene van wie krachtens het eerste lid inlichtingen zijn gevorderd, is verplicht deze onverwijld te geven.geven, maar in elk geval binnen de daartoe door Onze Minister, onderscheidenlijk het college, te stellen termijn.
-
In een vordering op grond van het eerste lid kan wat betreft de te geven inlichtingen worden volstaan met:
- het omschrijven van het onderwerp waarover inlichtingen moeten worden gegeven en
- de bij het verstrekken van de inlichtingen aan te houden mate van detail.
- Degene van wie de verstrekking van inlichtingen is gevorderd, is verplicht binnen de door Onze Minister, onderscheidenlijk het college, te bepalen redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden. Artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
- Met het oog op het bevorderen van een open en concurrerende markt in de elektronische communicatiesector maakt het college informatie met betrekking tot aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten of openbare elektronische communicatiediensten op een door het college te bepalen wijze bekend voor zover die informatie verband houdt met bij of krachtens de hoofdstukken 4 tot en met 9 en 11 van deze wet opgelegde verplichtingen. Van gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur wordt geen mededeling gedaan.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.