-
Onze Minister stelt de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet, in de gelegenheid hem advies uit te brengen over het ontwerp van een besluit tot weigering of intrekking van een vergunning voorzover dit verband houdt met het in aanzienlijke mate beperken van de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt, bedoeld in de artikelen 3.6, tweede lid, onder d, en 3.7, tweede lid, onder f.
-
Alvorens over te gaan tot een schriftelijke bekendmaking als bedoeld in artikel 9.2, tweede lid, stelt Onze Minister het college en de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit in de gelegenheid hem advies uit te brengen over het ontwerp van de bekendmaking.
-
Voorzover bij de uitoefening van bevoegdheden van het college begrippen worden uitgelegd die worden gehanteerd bij de toepassing van artikel 24 van de Mededingingswet, geschiedt de uitoefening van die bevoegdheden overeenkomstig door het college in overeenstemming met de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit vastgestelde algemene richtlijnen. Van de richtlijnen doet het college mededeling in de Staatscourant.
-
Het college en de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit maken in het belang van een effectieve en efficiënte besluitvorming gezamenlijk afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
Inhoud
Artikel 18.3
Tekst van deze versie
-
Onze Minister stelt de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet, in de gelegenheid hem advies uit te brengen over het ontwerp van een besluit tot weigering of intrekking van een vergunning voorzover dit verband houdt met het in aanzienlijke mate beperken van de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt, bedoeld in de artikelen 3.6, tweede lid, onder d, en 3.7, tweede lid, onder f.
-
Alvorens over te gaan tot een schriftelijke bekendmaking als bedoeld in artikel 9.2, tweede lid, stelt Onze Minister het college en de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit in de gelegenheid hem advies uit te brengen over het ontwerp van de bekendmaking.
-
Voorzover bij de uitoefening van bevoegdheden van het college begrippen worden uitgelegd die worden gehanteerd bij de toepassing van artikel 24 van de Mededingingswet, geschiedt de uitoefening van die bevoegdheden overeenkomstig door het college in overeenstemming met de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit vastgestelde algemene richtlijnen. Van de richtlijnen doet het college mededeling in de Staatscourant.
-
Het college en de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit maken in het belang van een effectieve en efficiënte besluitvorming gezamenlijk afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
Nog geen automatische verwijzingen.