Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 18.17

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-09-2006.
  1. Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt ervoor dat het veilige middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.

  2. Onze Minister kan een instelling aanwijzen die belast is met het beoordelen van de overeenstemming van een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen met de eisen, bedoeld in het eerste lid.

  3. Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt ervoor dat dit middel is voorzien van een verklaring van de instelling, bedoeld in het tweede lid, of van een verklaring van een door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan wel van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, aangewezen instelling, dat het middel voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.

  4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, betreft ofwel een afzonderlijk veilig middel, ofwel een type.

  5. De instelling die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, toont aan dat zij voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.

  6. Indien Onze Minister heeft vastgesteld dat de aangewezen instelling niet meer aan de in het vijfde lid bedoelde eisen voldoet en de instelling niet binnen een door Onze Minister gestelde termijn heeft aangetoond aan de eisen te voldoen, wordt de aanwijzing ingetrokken.

  7. Indien de aangewezen instelling aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de eisen te kunnen voldoen, kan Onze Minister de termijn verlengen.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-04-2008 Historisch 03-03-2008 Historisch 02-11-2007 Historisch 01-10-2007 Historisch 12-09-2007 Historisch 17-08-2007 Historisch 20-07-2007 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 21-05-2003.

Tekst van deze versie

  1. Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt ervoor dat het veilige middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.

  2. Onze Minister kan een instelling aanwijzen die belast is met het beoordelen van de overeenstemming van een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen met de eisen, bedoeld in het eerste lid.

  3. Degene die een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen op de markt brengt, zorgt ervoor dat dit middel is voorzien van een verklaring van de instelling, bedoeld in het tweede lid, of van een verklaring van een door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan wel van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, aangewezen instelling, dat het middel voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.

  4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, betreft ofwel een afzonderlijk veilig middel, ofwel een type.

  5. De instelling die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, toont aan dat zij voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.

  6. Indien Onze Minister heeft vastgesteld dat de aangewezen instelling niet meer aan de in het vijfde lid bedoelde eisen voldoet en de instelling niet binnen een door Onze Minister gestelde termijn heeft aangetoond aan de eisen te voldoen, wordt de aanwijzing ingetrokken.

  7. Indien de aangewezen instelling aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de eisen te kunnen voldoen, kan Onze Minister de termijn verlengen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet