-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, voorzover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op:
het gebruik van frequentieruimte, met uitzondering van die bepalingen die betrekking hebben op het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten en niet zien op de technische aspecten van het gebruik;
omroepzendernetwerken, te weten artikel 8.3;
het verstrekken van een opdracht tot verzorging van tot de universele dienst behorende diensten of voorzieningen, te weten artikel 9.2, vierde lid;
de aan apparatuur te stellen eisen, te weten hoofdstuk 10;
bevoegd aftappen, te weten hoofdstuk 13;
buitengewone omstandigheden, te weten hoofdstuk 14;
verdere onderwerpen, te weten de artikelen 18.1, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.2, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 20.2, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14.
-
Met het toezicht op de naleving van artikel 8.1 is belast het Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 9 van de Mediawet.
-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens andere bepalingen van deze wet dan bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede het bepaalde bij verordening (EG) nr. 2887/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 december 2000 inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk (PbEG L 336/4) zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
-
Van een besluit als bedoeld in het eerste of derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Inhoud
Artikel 15.1
Tekst van deze versie
-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, voorzover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op:
het gebruik van frequentieruimte, met uitzondering van die bepalingen die betrekking hebben op het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten en niet zien op de technische aspecten van het gebruik;
omroepzendernetwerken, te weten artikel 8.3;
het verstrekken van een opdracht tot verzorging van tot de universele dienst behorende diensten of voorzieningen, te weten artikel 9.2, vierde lid;
de aan apparatuur te stellen eisen, te weten hoofdstuk 10;
bevoegd aftappen, te weten hoofdstuk 13;
buitengewone omstandigheden, te weten hoofdstuk 14;
verdere onderwerpen, te weten de artikelen 18.1, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.2, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 20.2, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, en 20.14.
-
Met het toezicht op de naleving van artikel 8.1 is belast het Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 9 van de Mediawet.
-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens andere bepalingen van deze wet dan bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede het bepaalde bij verordening (EG) nr. 2887/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 december 2000 inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk (PbEG L 336/4) zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
-
Van een besluit als bedoeld in het eerste of derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Nog geen automatische verwijzingen.