Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 14.4

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 25-01-2014.
  1. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.

    Onze Minister is bevoegd aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en aan gebruikers van de frequentieruimte aanwijzingen te geven met betrekking tot:

    1. de instandhouding en exploitatie van hun openbare telecommunicatienetwerken;

    2. het verzorgen en het gebruiken van hun openbare telecommunicatiediensten;

    3. de instandhouding en exploitatie dan wel beperking of beëindiging van het gebruik van hun radiozendapparaten.

  2. Onze Minister kan bij toepassing van het eerste lid afwijken van de verplichtingen die ingevolge deze wet op aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en op gebruikers van de frequentieruimte rusten.

  3. De aanwijzingen die ingevolge het eerste lid aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en aan gebruikers van de frequentieruimte zijn gegeven, zijn voor deze verbindend.

  4. Indien aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en gebruikers van de frequentieruimte als gevolg van aanwijzingen gegeven op grond van het eerste lid onevenredig financieel nadeel ondervinden, kent Onze Minister hen een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-04-2008 Historisch 03-03-2008 Historisch 02-11-2007 Historisch 01-10-2007 Historisch 12-09-2007 Historisch 17-08-2007 Historisch 20-07-2007 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 05-06-2012.

Tekst van deze versie

  1. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.

    Onze Minister is bevoegd aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en aan gebruikers van de frequentieruimte aanwijzingen te geven met betrekking tot:

    1. de instandhouding en exploitatie van hun openbare telecommunicatienetwerken;

    2. het verzorgen en het gebruiken van hun openbare telecommunicatiediensten;

    3. de instandhouding en exploitatie dan wel beperking of beëindiging van het gebruik van hun radiozendapparaten.

  2. Onze Minister kan bij toepassing van het eerste lid afwijken van de verplichtingen die ingevolge deze wet op aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en op gebruikers van de frequentieruimte rusten.

  3. De aanwijzingen die ingevolge het eerste lid aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en aan gebruikers van de frequentieruimte zijn gegeven, zijn voor deze verbindend.

  4. Indien aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken, openbare telecommunicatiediensten en gebruikers van de frequentieruimte als gevolg van aanwijzingen gegeven op grond van het eerste lid onevenredig financieel nadeel ondervinden, kent Onze Minister hen een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet