Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 1.1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. aanbieden van een elektronisch communicatienetwerk: het bouwen, exploiteren, beheren of beschikbaar stellen van een elektronisch communicatienetwerk;

  2. abonnee: natuurlijke persoon of rechtspersoon die partij is bij een overeenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor de levering van dergelijke diensten;

  3. apparaten: elektrische en elektronische apparaten, niet zijnde radioapparaten;

  4. applicatieprogramma-interface: een software interface tussen externe toepassingen, die beschikbaar is gesteld door omroepen, dienstenleveranciers, alsmede de hulpmiddelen in de eindapparatuur;

  5. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  6. BEREC: het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, opgericht bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau;

  7. bijbehorende diensten: de bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende diensten die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten;

  8. bijbehorende faciliteiten: de bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten;

  9. Het Bureau: het Bureau als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau;

  10. conformiteitsbeoordelingsinstantie: een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 18, van de eidas-verordening;

  11. conformiteitsrichtlijn: richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, die geheel of gedeeltelijk berust op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en regels stelt over het op de markt brengen of het gebruik van apparaten of radioapparaten;

  12. consument: natuurlijke persoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden;

  13. distributeur: natuurlijke persoon of rechtspersoon in de toeleveringsketen, niet zijnde de fabrikant of de importeur, die apparaten of radioapparaten op de markt aanbiedt;

  14. eidas-verordening: verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257), en de op grond van die verordening door de Europese Commissie vastgestelde uitvoerings- en gedelegeerde handelingen;

  15. eindgebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die van een openbare elektronische communicatiedienst gebruik maakt of wil gaan maken en die niet tevens openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt;

  16. elektronische communicatiedienst: gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, waaronder telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die voor omroep worden gebruikt, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronische communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Het omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van de notificatierichtlijn die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken;

  17. elektronisch communicatienetwerk: transmissiesystemen, waaronder mede begrepen de schakel- of routeringsapparatuur, netwerkelementen die niet actief zijn en andere middelen, die het mogelijk maken signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;

  18. elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid: een openbaar elektronisch communicatienetwerk dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren als bedoeld in richtlijn nr. 2014/61/EU;

  19. fabrikant: natuurlijke persoon of rechtspersoon die apparaten of radioapparaten vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en deze apparaten of radioapparaten onder zijn naam of handelsmerk verhandelt;

  20. fysieke binnenhuisinfrastructuur: fysieke infrastructuur of installaties op de locatie van de eindgebruiker, met inbegrip van elementen die gemeenschappelijke eigendom zijn, die bestemd is om vaste of draadloze toegangsnetwerken onder te brengen, voor zover die netwerken elektronische communicatiediensten kunnen leveren en door middel waarvan het toegangspunt van het gebouw kan worden aangesloten op het aansluitpunt van het netwerk;

  21. fysieke infrastructuur: elk element van een netwerk dat bedoeld is om er andere elementen van een netwerk in onder te brengen zonder dat het zelf een actief element van het netwerk wordt, met uitzondering van elementen van netwerken die worden gebruikt voor de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water als bedoeld in artikel 2, punt 1, van richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330);

  22. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst;

  23. gekwalificeerd certificaat: een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15 van de eidas-verordening, een gekwalificeerd certificaat voor elektronische zegels als bedoeld in artikel 3, onderdeel 30, van de eidas-verordening of een gekwalificeerd certificaat voor websiteauthenticatie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 39, van de eidas-verordening;

  24. gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 23, van de eidas-verordening of voor het aanmaken van elektronische zegels als bedoeld in artikel 3, onderdeel 32, van de eidas-verordening;

  25. gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten: gekwalificeerde verlener van een vertrouwensdienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de eidas-verordening;

  26. gekwalificeerde vertrouwensdienst: vertrouwensdienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 17, van de eidas-verordening;

  27. gemachtigde: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;

  28. in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van apparaten of radioapparaten;

  29. importeur: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die apparaten of radioapparaten uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;

  30. ingebruikneming: het eerste gebruik van uitrusting of een radioapparaat in de Europese Unie door de eindgebruiker ervan;

  31. interconnectie: specifiek type toegang dat wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare netwerken, inhoudende het fysiek en logisch verbinden van openbare communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden;

  32. Internationaal Telecommunicatieverdrag: het op 22 december 1992 te Genève tot stand gekomen Statuut en Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie met de daarbij behorende bijlagen en reglementen (Trb. 1993, 138), de op 14 oktober 1994 te Kyoto tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 1995, 201) en de op 6 november 1998 te Minneapolis tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 2001, 90);

  33. ITU: Internationale Unie voor Telecommunicatie.

  34. kabels: fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen fysieke geleidingsdraden in, op of boven openbare gronden enerzijds en fysieke geleidingsdraden in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde fysieke geleidingsdraden onderling;

  35. marktdeelnemer: de fabrikant, de gemachtigde, de importeur of de distributeur;

  36. nationale regelgevende instantie: instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie die krachtens het recht van die lidstaat is belast met een of meer regelgevende of daarmee verband houdende uitvoerende taken die zijn toegekend in de richtlijnen nrs. 2002/19/EG, 2002/20/EG, 2002/21/EG, 2002/22/EG of 2002/58/EG;

  37. netneutraliteitsverordening: op grond van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende open internettoegang;

  38. netwerkaansluitpunt: fysiek punt waarop een abonnee de toegang tot een elektronisch communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden;

  39. notificatierichtlijn: richtlijn 2015/1535/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015 L 241);

  40. nummer: cijfers, letter of andere symbolen, al dan niet in combinatie, die bestemd zijn voor toegang tot of identificatie van op een elektronisch communicatienetwerk aangeslotenen, netwerkbeheerders, diensten, elektronische communicatienetwerken, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen;

  41. nummergebruiker: degene die een nummer gebruikt;

  42. nummerhouder: degene aan wie de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag een nummer heeft toegekend;

  43. nummeridentificatie:

    1. faciliteit om het nummer van het oproepende netwerkaansluitpunt dan wel een nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het opgeroepen netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;

    2. faciliteit om het nummer van het opgeroepen netwerkaansluitpunt dan wel het nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het oproepende netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;

  44. onderneming: onderneming in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  45. onderneming die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht: onderneming die alleen of tezamen met andere ondernemingen over een economische kracht beschikt die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;

  46. op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van apparaten of radioapparaten met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Europese Unie;

  47. openbaar telecommunicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt om openbare telecommunicatiediensten aan te bieden, voor zover het netwerk niet gebruikt wordt voor het verspreiden van programma's;

  48. openbaar elektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt;

  49. openbare gronden:

    1. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken;

    2. wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;

  50. openbare elektronische communicatiedienst: elektronische communicatiedienst die beschikbaar is voor het publiek;

  51. openbare betaaltelefoon: voor het publiek toegankelijk telefoontoestel waarmee uitgaande gesprekken gevoerd kunnen worden en waarvan de betaling voor het gebruik kan geschieden door middel van munten, krediet- of debetkaarten of vooruitbetaalde telefoonkaarten;

  52. openbare telecommunicatiedienst: voor het publiek beschikbare dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van signalen via een elektronisch communicatienetwerk, voor zover deze dienst niet bestaat uit het verspreiden van programma's;

  53. openbare telefoondienst: dienst die voor het publiek beschikbaar is voor direct of indirect uitgaande en binnenkomende nationale of internationale gesprekken, met behulp van een nummer of een aantal nummers in een nationaal of internationaal nummerplan;

  54. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  55. programma: programma als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008;

  56. programmadienst: dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat uit het aanbieden van programma’s aan het algemene publiek of een deel daarvan;

  57. radioapparaten: een elektrisch of elektronisch product dat:

    1. doelbewust radiogolven uitzendt of ontvangt ten behoeve van radiocommunicatie of radiodeterminatie, of

    2. moet worden aangevuld met een accessoire om doelbewust radiogolven te kunnen uitzenden en ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie of radiodeterminatie;

  58. radiocommunicatie: communicatie door middel van radiogolven;

  59. radiodeterminatie: het vaststellen van de positie, snelheid of andere kenmerken van een object of het verkrijgen van informatie over deze parameters door middel van de voortplantingseigenschappen van radiogolven;

  60. radiogolven: elektromagnetische golven met frequenties van lager dan 3000 GHz, die zich in de ruimte voortplanten zonder kunstmatige geleider;

  61. richtlijn nr. 2002/19/EG: Richtlijn nr. 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (Toegangsrichtlijn) (PbEG L 108);

  62. richtlijn nr. 2002/20/EG: Richtlijn nr. 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn) (PbEG L 108);

  63. richtlijn nr. 2002/21/EG: Richtlijn nr. 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PbEG L 108);

  64. richtlijn nr. 2002/22/EG: Richtlijn nr. 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108);

  65. richtlijn nr. 2014/61/EU: Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014 L 155);

  66. roamingverordening: op grond van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende roaming op openbare mobiele-communicatienetwerken binnen de Unie, en de op grond van die verordening door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen;

  67. schadelijke interferentie: interferentie die het functioneren van een radionavigatiedienst of van andere veiligheidsvoorzieningen in gevaar brengt, of die een overeenkomstig de geldende internationale, communautaire of nationale voorschriften werkende radiocommunicatiedienst op een andere wijze ernstig verslechtert, hindert of herhaaldelijk onderbreekt;

  68. systeem voor voorwaardelijke toegang: elke technische maatregel of regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisie-omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;

  69. terugroepen: maatregel waarmee wordt beoogd apparaten of radioapparaten te doen terugkeren die al aan de eindgebruiker ter beschikking waren gesteld;

  70. toegang: het aan een andere onderneming beschikbaar stellen van netwerkonderdelen, bijbehorende faciliteiten of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden, al dan niet op exclusieve basis, ten behoeve van het aanbieden van elektronische communicatiediensten, het aanbieden van diensten voor de informatiemaatschappij of het verspreiden van programma’s aan het publiek, door die onderneming;

  71. toegangspunt: een in of buiten het gebouw gelegen fysiek punt dat toegankelijk is voor ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning is verleend om openbare elektronische communicatienetwerken aan te bieden, en waar het netwerk kan worden aangesloten op de voor hoge snelheid bestemde fysieke binnenhuisinfrastructuur;

  72. toezichthoudend orgaan: toezichthoudend orgaan als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de eidas-verordening;

  73. transnationale markt: bij beschikking, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van richtlijn nr. 2002/21/EG, gedefinieerde markt die de Europese Unie of een aanzienlijk, zich over meer dan één lidstaat uitstrekkend, deel daarvan beslaat;

  74. uit de handel nemen: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat apparaten of radioapparaten die zich in de toeleveringsketen bevinden, op de markt worden aangeboden;

  75. uitrusting: elk apparaat of vaste installatie;

  76. vaste installatie: een specifieke combinatie van verschillende soorten apparaten en eventuele andere inrichtingen, die samengebouwd, geïnstalleerd en bestemd zijn voor permanent gebruik op een van te voren vastgestelde locatie;

  77. verlener van vertrouwensdiensten: verlener van vertrouwensdiensten als bedoeld in artikel 3, onderdeel 19, van de eidas-verordening;

  78. vertrouwensdienst: vertrouwensdienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 16, van de eidas-verordening;

  79. vertrouwenslijst: vertrouwenslijst als bedoeld in artikel 22 van de eidas-verordening;

  80. voor hoge snelheid bestemde fysieke binnenhuisinfrastructuur: fysieke binnenhuisinfrastructuur die bestemd is om elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid onder te brengen of het leveren van die netwerken mogelijk te maken.

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-04-2008 Historisch 03-03-2008 Historisch 02-11-2007 Historisch 01-10-2007 Historisch 12-09-2007 Historisch 17-08-2007 Historisch 20-07-2007 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-08-2014

Tekst van deze versie

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. aOnze Minister: Onze Ministeraanbieden van Economischeeen Zaken;elektronisch communicatienetwerk: het bouwen, exploiteren, beheren of beschikbaar stellen van een elektronisch communicatienetwerk;
  2. bAutoriteitabonnee: Consumentnatuurlijke enpersoon Markt:of rechtspersoon die partij is bij een overeenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid,levering van dedergelijke Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;diensten;
  3. cvervallen;apparaten: elektrische en elektronische apparaten, niet zijnde radioapparaten;
  4. dnationale regelgevende instantie: instantie inapplicatieprogramma-interface: een anderesoftware lidstaatinterface vantussen externe toepassingen, die beschikbaar is gesteld door omroepen, dienstenleveranciers, alsmede de Europese Unie die krachtens het recht van die lidstaat is belast met een of meer regelgevende of daarmee verband houdende uitvoerende taken die zijn toegekendhulpmiddelen in de richtlijnen nrs. 2002/19/EG, 2002/20/EG, 2002/21/EG, 2002/22/EG of 2002/58/EG;eindapparatuur;
  5. eelektronischAutoriteit communicatienetwerk:Consument transmissiesystemen,en waaronder mede begrepenMarkt: de schakel-Autoriteit of routeringsapparatuur, netwerkelementen die niet actief zijnConsument en andereMarkt, middelen,genoemd diein hetartikel mogelijk2, makeneerste signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aardlid, van de overgebrachteInstellingswet informatie;Autoriteit Consument en Markt;
  6. felektronische communicatiedienst: gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat inBEREC: het overbrengenorgaan van signalenEuropese viaregelgevende instanties voor elektronische communicatienetwerken,communicatie, waaronderopgericht telecommunicatiedienstenbij Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en transmissiedienstende opRaad netwerkenvan die25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor omroep worden gebruikt, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronische communicatienetwerkencommunicatie (BEREC) en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Het omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van de notificatierichtlijn die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken;Bureau;
  7. gopenbarebijbehorende elektronischediensten: communicatiedienst:de bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende diensten die beschikbaar is voor het publiek;aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten;
  8. hopenbaarbijbehorende elektronischfaciliteiten: communicatienetwerk:de bij een elektronisch communicatienetwerk datof geheeleen elektronische communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of hoofdzakelijkelementen wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voordie het verspreidenaanbieden van programma'sdiensten voorvia zoverdat ditnetwerk aanof die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het publiekpotentieel geschiedt;hiertoe bezitten;
  9. iaanbiedenHet Bureau: het Bureau als bedoeld in artikel 6 van eenVerordening elektronisch(EG) communicatienetwerk:nr. 1211/2009 van het bouwen,Europees exploiteren,Parlement beherenen ofde beschikbaar stellenRaad van een25 elektronischnovember communicatienetwerk;2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau;
  10. jbijbehorendeconformiteitsbeoordelingsinstantie: faciliteiten:een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 18, van de bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten;eidas-verordening;
  11. knetwerkaansluitpunt:conformiteitsrichtlijn: fysiekrichtlijn puntvan waarophet eenEuropees abonneeParlement en de toegangRaad totvan eende openbaarEuropese elektronischUnie, communicatienetwerkdie wordtgeheel geboden;of ingedeeltelijk berust op artikel 114 van het gevalVerdrag betreffende de werking van netwerkende metEuropese schakelings-Unie en regels stelt over het op de markt brengen of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middelgebruik van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummerapparaten of -naam kan zijn verbonden;radioapparaten;
  12. ltoegang:consument: hetnatuurlijke aanpersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst voor andere ondernemingdan beschikbaar stellen van netwerkonderdelen, bijbehorende faciliteitenbedrijfs- of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden, al dan niet op exclusieve basis, ten behoeve van het aanbieden van elektronische communicatiediensten, het aanbieden van diensten voor de informatiemaatschappij of het verspreiden van programma’s aan het publiek, door die onderneming;beroepsdoeleinden;
  13. minterconnectie:distributeur: specifieknatuurlijke typepersoon toegangof datrechtspersoon wordtin gerealiseerdde tussentoeleveringsketen, exploitantenniet vanzijnde openbarede netwerken,fabrikant inhoudendeof hetde fysiek en logisch verbinden van openbare communicatienetwerkenimporteur, die door dezelfdeapparaten of eenradioapparaten andere onderneming worden gebruikt om hetop de gebruikersmarkt van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden;aanbiedt;
  14. ngebruiker:eidas-verordening: natuurlijkverordening persoon(EU) ofnr. rechtspersoon910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257), en de op grond van die gebruikverordening maaktdoor vande ofEuropese verzoektCommissie omvastgestelde eenuitvoerings- openbareen elektronischegedelegeerde communicatiedienst;handelingen;
  15. oeindgebruiker:eindgebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die van een openbare elektronische communicatiedienst gebruik maakt of wil gaan maken en die niet tevens openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt;
  16. pabonnee:elektronische natuurlijkecommunicatiedienst: persoongewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of rechtspersoonhoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, waaronder telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die partijvoor isomroep bijworden eengebruikt, overeenkomstdoch niet de dienst waarbij met een aanbiederbehulp van openbareelektronische communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Het omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van de notificatierichtlijn die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via elektronische communicatiediensten voor de levering van dergelijke diensten;communicatienetwerken;
  17. qconsument:elektronisch natuurlijkecommunicatienetwerk: persoontransmissiesystemen, waaronder mede begrepen de schakel- of routeringsapparatuur, netwerkelementen die gebruikniet maaktactief zijn en andere middelen, die het mogelijk maken signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van ofsignalen verzoektworden omgebruikt eenen openbare elektronische communicatiedienstnetwerken voor andereradio- danen bedrijfs-televisieomroep ofen beroepsdoeleinden;kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;
  18. ronderneming:elektronisch ondernemingcommunicatienetwerk met hoge snelheid: een openbaar elektronisch communicatienetwerk dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren als bedoeld in derichtlijn zinnr. van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;2014/61/EU;
  19. sondernemingfabrikant: natuurlijke persoon of rechtspersoon die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht: onderneming die alleenapparaten of tezamenradioapparaten metvervaardigt andereof ondernemingenlaat overontwerpen eenof economische kracht beschikt die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klantenvervaardigen, en uiteindelijkdeze consumentenapparaten teof gedragen;radioapparaten onder zijn naam of handelsmerk verhandelt;
  20. ttransnationalefysieke markt:binnenhuisinfrastructuur: bijfysieke beschikking,infrastructuur bedoeldof ininstallaties artikelop 15,de vierde lid,locatie van richtlijnde nr.eindgebruiker, 2002/21/EG,met gedefinieerdeinbegrip marktvan elementen die degemeenschappelijke Europeseeigendom Uniezijn, die bestemd is om vaste of eendraadloze aanzienlijk,toegangsnetwerken zichonder overte meerbrengen, danvoor éénzover lidstaatdie uitstrekkend,netwerken deelelektronische daarvancommunicatiediensten beslaat;kunnen leveren en door middel waarvan het toegangspunt van het gebouw kan worden aangesloten op het aansluitpunt van het netwerk;
  21. uvervallen;fysieke infrastructuur: elk element van een netwerk dat bedoeld is om er andere elementen van een netwerk in onder te brengen zonder dat het zelf een actief element van het netwerk wordt, met uitzondering van elementen van netwerken die worden gebruikt voor de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water als bedoeld in artikel 2, punt 1, van richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330);
  22. vvervallen;gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst;
  23. wvervallen;gekwalificeerd certificaat: een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15 van de eidas-verordening, een gekwalificeerd certificaat voor elektronische zegels als bedoeld in artikel 3, onderdeel 30, van de eidas-verordening of een gekwalificeerd certificaat voor websiteauthenticatie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 39, van de eidas-verordening;
  24. xopenbaregekwalificeerd telefoondienst: dienst diemiddel voor het publiekaanmaken beschikbaarvan iselektronische handtekeningen: gekwalificeerd middel voor directhet aanmaken van elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 23, van de eidas-verordening of indirectvoor uitgaandehet en binnenkomende nationale of internationale gesprekken, met behulpaanmaken van eenelektronische nummerzegels ofals een aantal nummersbedoeld in eenartikel nationaal3, ofonderdeel internationaal32, nummerplan;van de eidas-verordening;
  25. yprogramma:gekwalificeerde programmaverlener van vertrouwensdiensten: gekwalificeerde verlener van een vertrouwensdienst als bedoeld in artikel 1.13, onderdeel 20, van de Mediawet 2008;eidas-verordening;
  26. zkabels:gekwalificeerde fysiekevertrouwensdienst: geleidingsdradenvertrouwensdienst bestemdals voorbedoeld in artikel 3, onderdeel 17, van de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen fysieke geleidingsdraden in, op of boven openbare gronden enerzijds en fysieke geleidingsdraden in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde fysieke geleidingsdraden onderling;eidas-verordening;
  27. aaopenbaregemachtigde: gronden:in de Europese Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;
  28. in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van apparaten of radioapparaten;
  29. importeur: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die apparaten of radioapparaten uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;
  30. ingebruikneming: het eerste gebruik van uitrusting of een radioapparaat in de Europese Unie door de eindgebruiker ervan;
  31. interconnectie: specifiek type toegang dat wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare netwerken, inhoudende het fysiek en logisch verbinden van openbare communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden;
  32. Internationaal Telecommunicatieverdrag: het op 22 december 1992 te Genève tot stand gekomen Statuut en Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie met de daarbij behorende bijlagen en reglementen (Trb. 1993, 138), de op 14 oktober 1994 te Kyoto tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 1995, 201) en de op 6 november 1998 te Minneapolis tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 2001, 90);
  33. ITU: Internationale Unie voor Telecommunicatie.
  34. kabels: fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen fysieke geleidingsdraden in, op of boven openbare gronden enerzijds en fysieke geleidingsdraden in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde fysieke geleidingsdraden onderling;
  35. marktdeelnemer: de fabrikant, de gemachtigde, de importeur of de distributeur;
  36. nationale regelgevende instantie: instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie die krachtens het recht van die lidstaat is belast met een of meer regelgevende of daarmee verband houdende uitvoerende taken die zijn toegekend in de richtlijnen nrs. 2002/19/EG, 2002/20/EG, 2002/21/EG, 2002/22/EG of 2002/58/EG;
  37. netneutraliteitsverordening: op grond van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende open internettoegang;
  38. netwerkaansluitpunt: fysiek punt waarop een abonnee de toegang tot een elektronisch communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden;
  39. notificatierichtlijn: richtlijn 2015/1535/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015 L 241);
  40. nummer: cijfers, letter of andere symbolen, al dan niet in combinatie, die bestemd zijn voor toegang tot of identificatie van op een elektronisch communicatienetwerk aangeslotenen, netwerkbeheerders, diensten, elektronische communicatienetwerken, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen;
  41. nummergebruiker: degene die een nummer gebruikt;
  42. nummerhouder: degene aan wie de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag een nummer heeft toegekend;
  43. nummeridentificatie:

    1. faciliteit om het nummer van het oproepende netwerkaansluitpunt dan wel een nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het opgeroepen netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;
    2. faciliteit om het nummer van het opgeroepen netwerkaansluitpunt dan wel het nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het oproepende netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;
  44. onderneming: onderneming in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  45. onderneming die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht: onderneming die alleen of tezamen met andere ondernemingen over een economische kracht beschikt die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;
  46. op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van apparaten of radioapparaten met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Europese Unie;
  47. openbaar telecommunicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt om openbare telecommunicatiediensten aan te bieden, voor zover het netwerk niet gebruikt wordt voor het verspreiden van programma's;
  48. openbaar elektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt;
  49. openbare gronden:

    1. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken;

    2. wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;

  50. bbnummer:openbare cijfers,elektronische letterscommunicatiedienst: ofelektronische andere symbolen, al dan niet in combinatie,communicatiedienst die bestemdbeschikbaar zijnis voor toeganghet tot of identificatie van gebruikers, netwerkexploitanten, diensten, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen;publiek;
  51. ccnummeridentificatie:openbare betaaltelefoon: voor het publiek toegankelijk telefoontoestel waarmee uitgaande gesprekken gevoerd kunnen worden en waarvan de betaling voor het gebruik kan geschieden door middel van munten, krediet- of debetkaarten of vooruitbetaalde telefoonkaarten;
  52. faciliteitopenbare omtelecommunicatiedienst: voor het nummerpubliek beschikbare dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van hetsignalen oproepende netwerkaansluitpunt dan welvia een nummerelektronisch waarmeecommunicatienetwerk, eenvoor individuelezover gebruikerdeze kandienst wordenniet geïdentificeerdbestaat aanuit het opgeroepenverspreiden netwerkaansluitpuntvan te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;programma's;
  53. faciliteitopenbare omtelefoondienst: dienst die voor het nummerpubliek beschikbaar is voor direct of indirect uitgaande en binnenkomende nationale of internationale gesprekken, met behulp van het opgeroepen netwerkaansluitpunt dan wel heteen nummer waarmeeof een individueleaantal gebruikernummers kanin wordeneen geïdentificeerdnationaal aanof hetinternationaal oproepende netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;nummerplan;
  54. ddinOnze deMinister: handelOnze brengen:Minister het voor de eerste maal afleveren na vervaardiging in de Europesevan Economische Ruimte,Zaken heten in gebruik nemen na vervaardiging in de Europese Economische Ruimte, het invoeren in de Europese Economische Ruimte uit een land daarbuiten, of het in gebruik nemen na invoer uit een land buiten de Europese Economische Ruimte in de Europese Economische Ruimte;Klimaat;
  55. eeopenbaarprogramma: telecommunicatienetwerk:programma elektronischals communicatienetwerkbedoeld datin geheelartikel of gedeeltelijk wordt gebruikt om openbare telecommunicatiediensten aan te bieden, voor zover het netwerk niet gebruikt wordt voor het verspreiden1.1 van programma's;de Mediawet 2008;
  56. ffopenbare telecommunicatiedienst: voor het publiek beschikbareprogrammadienst: dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van signalen via een elektronisch communicatienetwerk, voor zover deze dienst niethoofdzakelijk bestaat uit het verspreidenaanbieden van programma's;programma’s aan het algemene publiek of een deel daarvan;
  57. gguitrusting:radioapparaten: elkeen apparaatelektrisch of vasteelektronisch installatie;product dat:

    1. hhapparaten:doelbewust elektrischeradiogolven enuitzendt elektronischeof apparaten;ontvangt ten behoeve van radiocommunicatie of radiodeterminatie, of
    2. iivastemoet installatie:worden aangevuld met een specifiekeaccessoire combinatieom doelbewust radiogolven te kunnen uitzenden en ontvangen ten behoeve van verschillenderadiocommunicatie soortenof apparaten en eventuele andere inrichtingen, die samengebouwd, geïnstalleerd en bestemd zijn voor permanent gebruik op een van te voren vastgestelde locatie;radiodeterminatie;
  58. jjrandapparaten:radiocommunicatie: communicatie door middel van radiogolven;
  59. 1°uitrustingradiodeterminatie: diehet bestemdvaststellen isvan omde oppositie, snelheid of andere kenmerken van een openbaar telecommunicatienetwerk te worden aangesloten, zodanig dat zij: rechtstreeks op netwerkaansluitpunten kan worden aangesloten,object of kanhet dienen voor interactie met een openbaar telecommunicatienetwerk via directe of indirecte aansluiting op netwerkaansluitpunten ten behoeveverkrijgen van overbrenging,informatie verwerkingover ofdeze ontvangstparameters door middel van informatie;de voortplantingseigenschappen van radiogolven;
  60. 2°Radiozendapparatenradiogolven: elektromagnetische golven met frequenties van lager dan 3000 GHz, die geschiktzich zijnin omde opruimte eenvoortplanten openbaarzonder telecommunicatienetwerkkunstmatige te worden aangesloten;geleider;
  61. 3°Uitrustingrichtlijn voornr. satellietgrondstations2002/19/EG: tenzijRichtlijn bijnr. of krachtens hoofdstuk 10 anders is bepaald, doch met uitsluiting2002/19/EG van speciaalhet geconstrueerdeEuropees uitrustingParlement dieen bedoeldde is voor gebruik als onderdeelRaad van eende openbaarEuropese telecommunicatienetwerk;Unie van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (Toegangsrichtlijn) (PbEG L 108);
  62. kkradiozendapparaten:richtlijn uitrustingnr. die2002/20/EG: naarRichtlijn haarnr. aard2002/20/EG bestemdvan ishet Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor het zenden of het zendenelektronische-communicatienetwerken en ontvangen-diensten van(Machtigingsrichtlijn) radiocommunicatiesignalen;(PbEG L 108);
  63. llsysteemrichtlijn nr. 2002/21/EG: Richtlijn nr. 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor voorwaardelijkeelektronische-communicatienetwerken toegang:en elke-diensten technische(Kaderrichtlijn) maatregel(PbEG ofL regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisie-omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;108);
  64. mmapplicatieprogramma-interface:richtlijn eennr. software2002/22/EG: interfaceRichtlijn tussennr. externe2002/22/EG toepassingen,van diehet beschikbaarEuropees isParlement gesteld door omroepen, dienstenleveranciers, alsmedeen de hulpmiddelenRaad invan de eindapparatuur;Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108);
  65. nnInternationaalrichtlijn Telecommunicatieverdrag:nr. 2014/61/EU: Richtlijn van het opEuropees 22 december 1992 te Genève tot stand gekomen StatuutParlement en Verdragde Raad van de InternationaleEuropese Unie voorvan Telecommunicatie15 metmei de2014 daarbijinzake behorendemaatregelen bijlagenter en reglementen (Trb. 1993, 138), de op 14 oktober 1994 te Kyoto tot stand gekomen Aktenverlaging van wijziging van het Statuut en het Verdragkosten van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 1995, 201) en de op 6 november 1998 te Minneapolis tot stand gekomen Aktenaanleg van wijzigingelektronischecommunicatienetwerken vanmet hethoge Statuutsnelheid en(PbEU het2014 VerdragL van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 2001, 90);155);
  66. oorichtlijnroamingverordening: nr.op 2002/19/EG:grond Richtlijnvan nr.artikel 2002/19/EG114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie vanbetreffende 7roaming maartop 2002openbare inzakemobiele-communicatienetwerken binnen de toegang totUnie, en interconnectiede op grond van elektronische-communicatienetwerkendie enverordening bijbehorendedoor faciliteitende (Toegangsrichtlijn)Europese (PbEGCommissie Lvastgestelde 108);uitvoeringshandelingen;
  67. pprichtlijnschadelijke nr.interferentie: 2002/20/EG:interferentie Richtlijndie nr.het 2002/20/EGfunctioneren van heteen Europeesradionavigatiedienst Parlementof envan andere veiligheidsvoorzieningen in gevaar brengt, of die een overeenkomstig de Raadgeldende vaninternationale, decommunautaire Europeseof Unienationale vanvoorschriften 7werkende maartradiocommunicatiedienst 2002op betreffendeeen deandere machtigingwijze voorernstig elektronische-communicatienetwerkenverslechtert, enhindert -dienstenof (Machtigingsrichtlijn)herhaaldelijk (PbEG L 108);onderbreekt;
  68. qqrichtlijnsysteem nr.voor 2002/21/EG:voorwaardelijke Richtlijntoegang: nr.elke 2002/21/EGtechnische maatregel of regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisie-omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van heteen Europeesabonnement Parlementof eneen deandere Raadvorm van devoorafgaande Europeseindividuele Unie van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PbEG L 108);machtiging;
  69. rrrichtlijnterugroepen: nr.maatregel 2002/22/EG:waarmee Richtlijnwordt nr.beoogd 2002/22/EGapparaten vanof hetradioapparaten Europeeste Parlementdoen enterugkeren die al aan de Raadeindgebruiker vanter debeschikking Europesewaren Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108);gesteld;
  70. sscertificaat:toegang: het aan een andere onderneming beschikbaar stellen van netwerkonderdelen, bijbehorende faciliteiten of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden, al dan niet op exclusieve basis, ten behoeve van het aanbieden van elektronische bevestigingcommunicatiediensten, het aanbieden van diensten voor de informatiemaatschappij of het verspreiden van programma’s aan het publiek, door die gegevens voor het verifiëren van een elektronische handtekening met een bepaalde persoon verbindt en de identiteit van die persoon bevestigt;onderneming;
  71. ttgekwalificeerdtoegangspunt: certificaat:een certificaatin of buiten het gebouw gelegen fysiek punt dat voldoettoegankelijk is voor ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning is verleend om openbare elektronische communicatienetwerken aan dete eisen, gesteld krachtens artikel 18.15, tweede lid,bieden, en iswaar afgegevenhet doornetwerk eenkan certificatiedienstverlenerworden dieaangesloten voldoet aanop de eisen,voor gesteldhoge krachtenssnelheid artikelbestemde 18.15,fysieke eerste lid;binnenhuisinfrastructuur;
  72. uucertificatiedienstverlener:toezichthoudend eenorgaan: natuurlijketoezichthoudend persoonorgaan ofals rechtspersoon die certificaten afgeeft of andere dienstenbedoeld in verbandartikel met17, elektronischeeerste handtekeningenlid, verleent;van de eidas-verordening;
  73. vvmiddeltransnationale voormarkt: hetbij aanmakenbeschikking, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van elektronischerichtlijn handtekeningen:nr. geconfigureerde2002/21/EG, softwaregedefinieerde markt die de Europese Unie of hardwareeen dieaanzienlijk, wordtzich gebruiktover ommeer dedan gegevenséén voorlidstaat hetuitstrekkend, aanmakendeel vandaarvan elektronische handtekeningen te implementeren;beslaat;
  74. wwveiliguit middelde voorhandel hetnemen: aanmakenmaatregel vanwaarmee elektronischewordt handtekeningen:beoogd eente middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningenvoorkomen dat voldoetapparaten aanof radioapparaten die zich in de eisentoeleveringsketen gesteldbevinden, krachtensop artikelde 18.17,markt eersteworden lid;aangeboden;
  75. xxelektronischeuitrusting: handtekening:elk elektronischeapparaat handtekeningof alsvaste bedoeld in artikel 15a, vierde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;installatie;
  76. yyondertekenaar:vaste installatie: een specifieke combinatie van verschillende soorten apparaten en eventuele andere inrichtingen, die samengebouwd, geïnstalleerd en bestemd zijn voor depermanent toepassinggebruik op een van dezete wetvoren geldtvastgestelde de definitiebepaling van artikel 15a, vijfde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;locatie;
  77. zzopenbareverlener betaaltelefoon:van voorvertrouwensdiensten: hetverlener publiekvan toegankelijkvertrouwensdiensten telefoontoestelals waarmeebedoeld uitgaandein gesprekkenartikel gevoerd3, kunnenonderdeel worden19, en waarvanvan de betaling voor het gebruik kan geschieden door middel van munten, krediet- of debetkaarten of vooruitbetaalde telefoonkaarten;eidas-verordening;
  78. aaanotificatierichtlijn:vertrouwensdienst: Richtlijnvertrouwensdienst nr.als 98/34/EGbedoeld vanin hetartikel Europees3, Parlementonderdeel en de Raad16, van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204);eidas-verordening;
  79. bbbprogrammadienst:vertrouwenslijst: dienstvertrouwenslijst dieals geheelbedoeld ofin hoofdzakelijkartikel bestaat uit het aanbieden22 van programma’sde aan het algemene publiek of een deel daarvan;eidas-verordening;
  80. cccconformiteitsrichtlijn:voor richtlijnhoge snelheid bestemde fysieke binnenhuisinfrastructuur: fysieke binnenhuisinfrastructuur die bestemd is om elementen van hetelektronische Europeescommunicatienetwerken Parlementmet enhoge desnelheid Raadonder van de Europese Unie, die geheel of gedeeltelijk berust op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en regels stelt over het op de marktte brengen of het gebruikleveren van apparaten;die netwerken mogelijk te maken.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet