Telecommunicatiewet

Inhoud

Artikel 1.1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 19-05-2004.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. a

    Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

  2. b

    college: college, genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;

  3. c

    directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit: directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Mededingingswet;

  4. d

    nationale regelgevende instantie: instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie die krachtens het recht van die lidstaat is belast met een of meer regelgevende of daarmee verband houdende uitvoerende taken die zijn toegekend in de richtlijnen nrs. 2002/19/EG, 2002/20/EG, 2002/21/EG, 2002/22/EG of 2002/58/EG;

  5. e

    elektronisch communicatienetwerk: transmissiesystemen, waaronder mede begrepen de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, die het mogelijk maken signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;

  6. f

    elektronische communicatiedienst: gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, waaronder telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die voor omroep worden gebruikt, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronische communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Het omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van de notificatierichtlijn die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken;

  7. g

    openbare elektronische communicatiedienst: elektronische communicatiedienst die beschikbaar is voor het publiek;

  8. h

    openbaar elektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt;

  9. i

    aanbieden van een elektronisch communicatienetwerk: het bouwen, exploiteren, beheren of beschikbaar stellen van een elektronisch communicatienetwerk;

  10. j

    bijbehorende faciliteiten: bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende faciliteiten die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen, alsmede systemen voor voorwaardelijke toegang en elektronische programmagidsen;

  11. k

    netwerkaansluitpunt: fysiek punt waarop een abonnee de toegang tot een openbaar communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden;

  12. l

    toegang: het aan een andere onderneming beschikbaar stellen van netwerkonderdelen, bijbehorende faciliteiten of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden al dan niet op exclusieve basis ten behoeve van het aanbieden van elektronische communicatiediensten of het verspreiden van programma's aan het publiek door die onderneming;

  13. m

    interconnectie: specifiek type toegang dat wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare netwerken, inhoudende het fysiek en logisch verbinden van openbare communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden;

  14. n

    gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst;

  15. o

    eindgebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die van een openbare elektronische communicatiedienst gebruik maakt of wil gaan maken en die niet tevens openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt;

  16. p

    abonnee: natuurlijke persoon of rechtspersoon die partij is bij een overeenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor de levering van dergelijke diensten;

  17. q

    consument: natuurlijke persoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden;

  18. r

    onderneming: onderneming in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

  19. s

    onderneming die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht: onderneming die alleen of tezamen met andere ondernemingen over een economische kracht beschikt die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;

  20. t

    transnationale markt: bij beschikking, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van richtlijn nr. 2002/21/EG, gedefinieerde markt die ten minste een gedeelte van Nederland beslaat;

  21. u

    huurlijn: publiekelijk ter beschikking gestelde transparante transmissiecapaciteit tussen twee netwerkaansluitpunten van een of meer elektronische communicatienetwerken, zonder routeringsfuncties waarover gebruikers kunnen beschikken als onderdeel van de geleverde huurlijn;

  22. v

    minimumpakket van huurlijnen: door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van de artikelen 17 en 22 van richtlijn nr. 2002/21/EG of de artikelen 18 en 37 van richtlijn nr. 2002/22/EG vastgesteld minimumpakket van huurlijnen, zoals vermeld in een lijst van in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerde normen;

  23. w

    openbaar telefoonnetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat wordt gebruikt om openbare telefoondiensten aan te bieden; het ondersteunt de overdracht tussen netwerkaansluitpunten van spraakcommunicatie en ook andere vormen van communicatie, zoals fax en data;

  24. x

    openbare telefoondienst: dienst die voor het publiek beschikbaar is voor uitgaande en binnenkomende gesprekken;

  25. y

    programma: programma als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Mediawet;

  26. z

    kabels: kabels en de daarbij behorende ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde kabels onderling;

  27. aa

    openbare gronden:

    1. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken;

    2. wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;

  28. bb

    nummer: cijfers, letters of andere symbolen, al dan niet in combinatie, die bestemd zijn voor toegang tot of identificatie van gebruikers, netwerkexploitanten, diensten, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen;

  29. cc

    nummeridentificatie:

    1. faciliteit om het nummer van het oproepende netwerkaansluitpunt dan wel een nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het opgeroepen netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;

    2. faciliteit om het nummer van het opgeroepen netwerkaansluitpunt dan wel het nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het oproepende netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;

  30. dd

    in de handel brengen: het voor de eerste maal afleveren na vervaardiging in de Europese Economische Ruimte, het invoeren in de Europese Economische Ruimte uit een land daarbuiten, alsmede het in gebruik nemen na vervaardiging of invoer uit een land buiten de Europese Economische Ruimte in de Europese Economische Ruimte;

  31. ee

    openbaar telecommunicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt om openbare telecommunicatiediensten aan te bieden, voor zover het netwerk niet gebruikt wordt voor het verspreiden van programma's;

  32. ff

    openbare telecommunicatiedienst: voor het publiek beschikbare dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van signalen via een elektronisch communicatienetwerk, voor zover deze dienst niet bestaat uit het verspreiden van programma's;

  33. gg

    apparaten: elektrische en elektronische apparaten alsmede uitrustingen en installaties, die elektrische of elektronische componenten bevatten;

  34. hh

    randapparaten:

    1. apparaten die bestemd zijn om op een openbaar telecommunicatienetwerk te worden aangesloten, zodanig dat zij:

      1. rechtstreeks op netwerkaansluitpunten kunnen worden aangesloten, of

      2. kunnen dienen voor interactie met een openbaar telecommunicatienetwerk via directe of indirecte aansluiting op netwerkaansluitpunten ten behoeve van de overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie;

    2. radiozendapparaten die geschikt zijn om op een openbaar telecommunicatienetwerk te worden aangesloten;

    3. apparaten voor satellietgrondstations tenzij bij of krachtens hoofdstuk 10 anders is bepaald, doch met uitsluiting van speciaal geconstrueerde apparatuur die bedoeld is voor gebruik als onderdeel van een openbaar telecommunicatienetwerk;

  35. ii

    radiozendapparaten: apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen;

  36. jj

    elektromagnetische compatibiliteit: eigenschap van apparaten, om op bevredigende wijze in hun elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die omgeving bevindt;

  37. kk

    systeem voor voorwaardelijke toegang: elke technische maatregel of regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisie-omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;

  38. ll

    applicatieprogramma-interface: een software interface tussen externe toepassingen, die beschikbaar is gesteld door omroepen, dienstenleveranciers, alsmede de hulpmiddelen in de eindapparatuur;

  39. mm

    Internationaal Telecommunicatieverdrag: het op 22 december 1992 te Genève tot stand gekomen Statuut en Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie met de daarbij behorende bijlagen en reglementen (Trb. 1993, 138), de op 14 oktober 1994 te Kyoto tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 1995, 201) en de op 6 november 1998 te Minneapolis tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 2001, 90);

  40. nn

    richtlijn nr. 2002/19/EG: Richtlijn nr. 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (Toegangsrichtlijn) (PbEG L 108);

  41. oo

    richtlijn nr. 2002/20/EG: Richtlijn nr. 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn) (PbEG L 108);

  42. pp

    richtlijn nr. 2002/21/EG: Richtlijn nr. 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PbEG L 108);

  43. qq

    richtlijn nr. 2002/22/EG: Richtlijn nr. 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108);

  44. rr

    certificaat: elektronische bevestiging die gegevens voor het verifiëren van een elektronische handtekening met een bepaalde persoon verbindt en de identiteit van die persoon bevestigt;

  45. ss

    gekwalificeerd certificaat: certificaat dat voldoet aan de eisen, gesteld krachtens artikel 18.15, tweede lid, en is afgegeven door een certificatiedienstverlener die voldoet aan de eisen, gesteld krachtens artikel 18.15, eerste lid;

  46. tt

    certificatiedienstverlener: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die certificaten afgeeft of andere diensten in verband met elektronische handtekeningen verleent;

  47. uu

    middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: geconfigureerde software of hardware die wordt gebruikt om de gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen te implementeren;

  48. vv

    veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen dat voldoet aan de eisen gesteld krachtens artikel 18.17, eerste lid;

  49. ww

    elektronische handtekening: elektronische handtekening als bedoeld in artikel 15a, vierde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

  50. xx

    ondertekenaar: voor de toepassing van deze wet geldt de definitiebepaling van artikel 15a, vijfde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

  51. yy

    openbare betaaltelefoon: voor het publiek toegankelijk telefoontoestel waarmee uitgaande gesprekken gevoerd kunnen worden en waarvan de betaling voor het gebruik kan geschieden door middel van munten, krediet- of debetkaarten of vooruitbetaalde telefoonkaarten;

  52. zz

    notificatierichtlijn: richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204).

01-07-2026 Huidig 01-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 28-06-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 02-03-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 21-12-2020 Historisch 04-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 11-07-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-07-2016 Historisch 30-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 11-03-2015 Historisch 11-12-2014 Historisch 01-08-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-04-2013 Historisch 15-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 30-06-2012 Historisch 05-06-2012 Historisch 08-02-2012 Historisch 16-07-2011 Historisch 31-03-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 28-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-09-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 15-10-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-04-2008 Historisch 03-03-2008 Historisch 02-11-2007 Historisch 01-10-2007 Historisch 12-09-2007 Historisch 17-08-2007 Historisch 20-07-2007 Historisch 30-06-2007 Historisch 07-02-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-09-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 21-05-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 21-05-2003

Tekst van deze versie

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. aOnze Minister: Onze Minister van VerkeerEconomische en Waterstaat;Zaken;
  2. b

    college: college, genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;

  3. ctelecommunicatie: iedere overdracht, uitzending of ontvangstcdirecteur-generaal van signalende Nederlandse mededingingsautoriteit: directeur-generaal van welkede aardNederlandse ookmededingingsautoriteit, doorbedoeld middelin artikel 2, tweede lid, van kabels,de radiogolven, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;Mededingingswet;
  4. dtelecommunicatienetwerk:dnationale regelgevende instantie: instantie in een andere lidstaat van de overdrachtsapparatuurEuropese en,Unie waardie krachtens het recht van toepassing,die lidstaat is belast met een of meer regelgevende of daarmee verband houdende uitvoerende taken die zijn toegekend in de routeringsapparatuurrichtlijnen ennrs. andere2002/19/EG, technische2002/20/EG, middelen2002/21/EG, die de overdracht mogelijk maken van signalen tussen netwerkaansluitpunten via kabels, radiogolven, optische middelen2002/22/EG of andere elektromagnetische middelen;2002/58/EG;
  5. etelecommunicatiedienst:eelektronisch dienstcommunicatienetwerk: transmissiesystemen, waaronder mede begrepen de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, die geheelhet mogelijk maken signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische of gedeeltelijkandere bestaatelektromagnetische inmiddelen, dewaaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht of routering van signalen overworden eengebruikt telecommunicatienetwerk;en netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;
  6. fopenbarefelektronische telecommunicatiedienst:communicatiedienst: telecommunicatiedienstgewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die beschikbaargeheel isof hoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, waaronder telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die voor omroep worden gebruikt, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronische communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Het omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van de notificatierichtlijn die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het publiek;overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken;
  7. gopenbaargopenbare telecommunicatienetwerk:elektronische eencommunicatiedienst: telecommunicatienetwerkelektronische datcommunicatiedienst onderdie meerbeschikbaar is voor de verrichting van openbare telecommunicatiediensten wordt gebruikt of een telecommunicatienetwerk waarmee aan het publiek de mogelijkheid tot overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld wordt;publiek;
  8. hnetwerkaansluitpunt:hopenbaar waarelektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het eenverspreiden openbaarvan telecommunicatienetwerkprogramma's betreft,voor zover dit aan het geheelpubliek van verbindingen, met hun technische toegangsspecificaties, die deel uitmaken van dit openbaar telecommunicatienetwerk, en nodig zijn om toegang te verkrijgen tot dit netwerk en om efficiënt via dit netwerk te kunnen communiceren;geschiedt;
  9. ihuurlijn:iaanbieden aanvan een elektronisch communicatienetwerk: het publiekbouwen, terexploiteren, beschikkingbeheren of beschikbaar stellen van transparante transmissiecapaciteit tussen twee netwerkaansluitpunten van een telecommunicatienetwerk,elektronisch zonder routeringsfuncties waarover gebruikers kunnen beschikken als onderdeel van de geleverde huurlijn;communicatienetwerk;
  10. jbijzonderejbijbehorende toegang:faciliteiten: bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende faciliteiten die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen, alsmede systemen voor voorwaardelijke toegang toten eenelektronische telecommunicatienetwerk op andere punten dan de netwerkaansluitpunten die aan de meeste gebruikers worden aangeboden;programmagidsen;
  11. kvasteknetwerkaansluitpunt: openbarefysiek telefoondienst:punt openbarewaarop telecommunicatiediensteen dieabonnee bestaatde toegang tot een openbaar communicatienetwerk wordt geboden; in dehet directe overdracht en routeringgeval van spraaknetwerken vanmet enschakelings- naarof netwerkaansluitpuntenrouteringsfuncties opwordt vastehet locatiesnetwerkaansluitpunt bepaald door middel van een telecommunicatienetwerk,specifiek waarvannetwerkadres, iedere gebruiker van op een dergelijk netwerkaansluitpunt aangesloten apparatuur gebruik kan maken omdat met een anderabonneenummer netwerkaansluitpuntof te-naam communiceren;kan zijn verbonden;
  12. lvastltoegang: openbaarhet telefoonnetwerk:aan deeen elementenandere onderneming beschikbaar stellen van eennetwerkonderdelen, openbaarbijbehorende telecommunicatienetwerkfaciliteiten of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden al dan niet op exclusieve basis ten behoeve van het aanbieden van elektronische communicatiediensten of het verspreiden van programma's aan het publiek door die geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor de levering van de vaste openbare telefoondienst;onderneming;
  13. mmobieleminterconnectie: specifiek type toegang dat wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare telefoondienst:netwerken, inhoudende het fysiek en logisch verbinden van openbare telecommunicatiedienstcommunicatienetwerken die bestaatdoor indezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de directe overdracht en routering van spraak en het daarbij tot stand brengen van radiocommunicatie met een mobiele gebruiker die gebruik maakt van netwerkaansluitpuntengebruikers van een telecommunicatienetwerk,onderneming mogelijk te maken te communiceren met die zichvan nietdezelfde opof vastevan locatieseen bevinden;andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden;
  14. nmobielngebruiker: openbaarnatuurlijke telefoonnetwerk:persoon deof elementenrechtspersoon die gebruik maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk die geheel of gedeeltelijkverzoekt wordenom gebruikt voor de levering van de mobieleeen openbare telefoondienst;elektronische communicatiedienst;
  15. oomroepnetwerk:oeindgebruiker: technischenatuurlijke inrichtingen,persoon of onderdelen daarvan,rechtspersoon die wordenvan gebruikteen omopenbare metelektronische communicatiedienst gebruik van kabelsmaakt of radioverbindingenwil tussengaan puntenmaken programma'sen tedie verspreidenniet naartevens eenopenbare elektronische communicatienetwerken of meeropenbare bijelektronische anderencommunicatiediensten in gebruik zijnde gronden, woningen, of niet tot woning dienende gebouwen;aanbiedt;
  16. pomroepzendernetwerk:pabonnee: radiozendapparaten,natuurlijke satellietenpersoon daaronderof begrepen,rechtspersoon die wordenpartij gebruiktis ofbij medeeen gebruiktovereenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor hetde verspreidenlevering van programma's;dergelijke diensten;
  17. qprogramma:qconsument: programmanatuurlijke alspersoon bedoelddie ingebruik artikel 1, eerste lid, onder f,maakt van deof Mediawet;verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden;
  18. rkabels:ronderneming: kabelsonderneming enin de daarbijzin behorendevan ondersteuningswerken,artikel beschermingswerken81, eneerste signaalinrichtingen,lid, alsmedevan inrichtingen,het bestemd om daarin verbindingVerdrag tot standoprichting tevan brengende tussenEuropese kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde kabels onderling;Gemeenschap;
  19. sopenbaresonderneming gronden:die beschikt over een aanmerkelijke marktmacht: onderneming die alleen of tezamen met andere ondernemingen over een economische kracht beschikt die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;
  20. 1°openbarettransnationale wegenmarkt: metbij inbegripbeschikking, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van derichtlijn daartoenr. behorende2002/21/EG, stoepen,gedefinieerde glooiingen,markt bermen,die sloten,ten bruggen,minste viaducten,een tunnels,gedeelte duikers,van beschoeiingenNederland en andere werken;beslaat;
  21. 2°waterenuhuurlijn: metpubliekelijk ter beschikking gestelde transparante transmissiecapaciteit tussen twee netwerkaansluitpunten van een of meer elektronische communicatienetwerken, zonder routeringsfuncties waarover gebruikers kunnen beschikken als onderdeel van de daartoegeleverde behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;huurlijn;
  22. tnummer:vminimumpakket cijfers,van lettershuurlijnen: door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van de artikelen 17 en 22 van richtlijn nr. 2002/21/EG of anderede symbolen,artikelen al18 danen niet37 van richtlijn nr. 2002/22/EG vastgesteld minimumpakket van huurlijnen, zoals vermeld in combinatie,een die bestemd zijn voor toegang tot of identificatielijst van gebruikers,in netwerkexploitanten,het diensten,Publicatieblad netwerkaansluitpuntenvan ofde andereEuropese netwerkelementen;Gemeenschappen gepubliceerde normen;
  23. unummeridentificatie:wopenbaar telefoonnetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat wordt gebruikt om openbare telefoondiensten aan te bieden; het ondersteunt de overdracht tussen netwerkaansluitpunten van spraakcommunicatie en ook andere vormen van communicatie, zoals fax en data;
  24. 1°faciliteitxopenbare omtelefoondienst: dienst die voor het nummerpubliek vanbeschikbaar hetis oproependevoor netwerkaansluitpuntuitgaande danen welbinnenkomende een nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het opgeroepen netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;gesprekken;
  25. 2°faciliteityprogramma: omprogramma hetals nummerbedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van het opgeroepen netwerkaansluitpunt dan wel het nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het oproepende netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;Mediawet;
  26. vinzkabels: kabels en de handeldaarbij brengen:behorende hetondersteuningswerken, voorbeschermingswerken deen eerstesignaalinrichtingen, maalalsmede aflevereninrichtingen, nabestemd vervaardigingom daarin verbinding tot stand te brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels in degebouwen Europeseen Economischedaarmee Ruimte,één hetgeheel invoerenvormende ingronden deanderzijds Europesedan Economischewel Ruimtetussen uitlaatstgenoemde eenkabels land daarbuiten, alsmede het in gebruik nemen na vervaardiging of invoer uit een land buiten de Europese Economische Ruimte in de Europese Economische Ruimte;onderling;
  27. aa

    openbare gronden:

    1. xrandapparaten:openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken;
    2. 1°apparatenwateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die bestemdvoor zijneenieder omtoegankelijk op een openbaar telecommunicatienetwerk te worden aangesloten, zodanig dat zij:zijn;
  28. bbnummer: cijfers, letters of andere symbolen, al dan niet in combinatie, die bestemd zijn voor toegang tot of identificatie van gebruikers, netwerkexploitanten, diensten, netwerkaansluitpunten of andere netwerkelementen;
  29. cc

    nummeridentificatie:

    1. faciliteit om het nummer van het oproepende netwerkaansluitpunt dan wel een nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het opgeroepen netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;
    2. faciliteit om het nummer van het opgeroepen netwerkaansluitpunt dan wel het nummer waarmee een individuele gebruiker kan worden geïdentificeerd aan het oproepende netwerkaansluitpunt te verstrekken, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht;
  30. ddin de handel brengen: het voor de eerste maal afleveren na vervaardiging in de Europese Economische Ruimte, het invoeren in de Europese Economische Ruimte uit een land daarbuiten, alsmede het in gebruik nemen na vervaardiging of invoer uit een land buiten de Europese Economische Ruimte in de Europese Economische Ruimte;
  31. eeopenbaar telecommunicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt om openbare telecommunicatiediensten aan te bieden, voor zover het netwerk niet gebruikt wordt voor het verspreiden van programma's;
  32. ffopenbare telecommunicatiedienst: voor het publiek beschikbare dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van signalen via een elektronisch communicatienetwerk, voor zover deze dienst niet bestaat uit het verspreiden van programma's;
  33. ggapparaten: elektrische en elektronische apparaten alsmede uitrustingen en installaties, die elektrische of elektronische componenten bevatten;
  34. hh

    randapparaten:

    1. apparaten die bestemd zijn om op een openbaar telecommunicatienetwerk te worden aangesloten, zodanig dat zij:

      1. rechtstreeks op netwerkaansluitpunten kunnen worden aangesloten, of

      2. kunnen dienen voor interactie met een openbaar telecommunicatienetwerk via directe of indirecte aansluiting op netwerkaansluitpunten ten behoeve van de overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie;

    2. 2°radiozendapparatenradiozendapparaten die geschikt zijn om op een openbaar telecommunicatienetwerk te worden aangesloten;
    3. 3°apparatenapparaten voor satellietgrondstations tenzij bij of krachtens hoofdstuk 10 anders is bepaald, doch met uitsluiting van speciaal geconstrueerde apparatuur die bedoeld is voor gebruik als onderdeel van een openbaar telecommunicatienetwerk;
  35. ijradiozendapparaten:iiradiozendapparaten: apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen;
  36. zelektromagnetischejjelektromagnetische compatibiliteit: eigenschap van apparaten, om op bevredigende wijze in hun elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die omgeving bevindt;
  37. aasysteemkksysteem voor voorwaardelijke toegang: eenelke systeemtechnische metmaatregel behulpof waarvanregeling waarbij toegang verkregen kan worden tot gecodeerdeeen programma'sbeschermde radio- of anderetelevisie-omroepdienst dienstenin diebegrijpelijke slechtsvorm gedecodeerdafhankelijk kunnenwordt worden ontvangen met behulpgemaakt van een daartoeabonnement bestemd apparaat door degene dieof een daartoeandere strekkende overeenkomst met de aanbiedervorm van hetvoorafgaande systeemindividuele heeft gesloten;machtiging;
  38. bbInternationaalllapplicatieprogramma-interface: Telecommunicatieverdrag:een hetsoftware opinterface 22tussen decemberexterne 1992toepassingen, tedie Genèvebeschikbaar totis standgesteld gekomendoor Statuutomroepen, endienstenleveranciers, Verdrag vanalsmede de Internationalehulpmiddelen Unie voor Telecommunicatie metin de daarbij behorende bijlagen en reglementen (Trb. 1993, 138) en de op 14 oktober 1994 te Kyoto tot stand gekomen Akten van wijziging van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 1995, 201);eindapparatuur;
  39. cccertificaat:mmInternationaal eenTelecommunicatieverdrag: elektronischehet bevestigingop die22 gegevensdecember 1992 te Genève tot stand gekomen Statuut en Verdrag van de Internationale Unie voor hetTelecommunicatie verifiërenmet de daarbij behorende bijlagen en reglementen (Trb. 1993, 138), de op 14 oktober 1994 te Kyoto tot stand gekomen Akten van eenwijziging elektronischevan handtekeninghet metStatuut eenen bepaaldehet persoonVerdrag verbindtvan de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 1995, 201) en de identiteitop 6 november 1998 te Minneapolis tot stand gekomen Akten van diewijziging persoonvan bevestigt;het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (Trb. 2001, 90);
  40. ddgekwalificeerdnnrichtlijn certificaat:nr. een2002/19/EG: certificaatRichtlijn datnr. voldoet2002/19/EG aanvan het Europees Parlement en de eisen,Raad gesteldvan krachtensde artikelEuropese 18.15,Unie tweedevan lid,7 maart 2002 inzake de toegang tot en isinterconnectie afgegevenvan doorelektronische-communicatienetwerken eenen certificatiedienstverlenerbijbehorende diefaciliteiten voldoet(Toegangsrichtlijn) aan(PbEG deL eisen, gesteld krachtens artikel 18.15, eerste lid;108);
  41. eecertificatiedienstverlener:oorichtlijn eennr. natuurlijke2002/20/EG: ofRichtlijn rechtspersoonnr. die2002/20/EG certificatenvan afgeefthet ofEuropees andereParlement dienstenen inde verbandRaad metvan elektronischede handtekeningenEuropese verleent;Unie van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn) (PbEG L 108);
  42. ffmiddelpprichtlijn nr. 2002/21/EG: Richtlijn nr. 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor hetelektronische-communicatienetwerken aanmakenen van-diensten elektronische(Kaderrichtlijn) handtekeningen:(PbEG geconfigureerdeL software of hardware die wordt gebruikt om de gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen te implementeren;108);
  43. ggveiligqqrichtlijn middelnr. voor2002/22/EG: Richtlijn nr. 2002/22/EG van het aanmakenEuropees Parlement en de Raad van elektronischede handtekeningen:Europese een middel voor het aanmakenUnie van elektronische7 handtekeningenmaart dat2002 voldoet aaninzake de eisenuniversele gestelddienst krachtensen artikelgebruikersrechten 18.17,met eerstebetrekking lid;tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108);
  44. hhelektronischerrcertificaat: handtekening:elektronische bevestiging die gegevens voor dehet toepassingverifiëren van dezeeen wetelektronische geldthandtekening met een bepaalde persoon verbindt en de definitiebepalingidentiteit van artikeldie 15a,persoon vierde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;bevestigt;
  45. iiondertekenaar:ssgekwalificeerd voorcertificaat: certificaat dat voldoet aan de toepassingeisen, vangesteld dezekrachtens wetartikel geldt18.15, tweede lid, en is afgegeven door een certificatiedienstverlener die voldoet aan de definitiebepalingeisen, vangesteld krachtens artikel 15a,18.15, vijfdeeerste lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.lid;
  46. ttcertificatiedienstverlener: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die certificaten afgeeft of andere diensten in verband met elektronische handtekeningen verleent;
  47. uumiddel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: geconfigureerde software of hardware die wordt gebruikt om de gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen te implementeren;
  48. vvveilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen dat voldoet aan de eisen gesteld krachtens artikel 18.17, eerste lid;
  49. wwelektronische handtekening: elektronische handtekening als bedoeld in artikel 15a, vierde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
  50. xxondertekenaar: voor de toepassing van deze wet geldt de definitiebepaling van artikel 15a, vijfde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
  51. yyopenbare betaaltelefoon: voor het publiek toegankelijk telefoontoestel waarmee uitgaande gesprekken gevoerd kunnen worden en waarvan de betaling voor het gebruik kan geschieden door middel van munten, krediet- of debetkaarten of vooruitbetaalde telefoonkaarten;
  52. zznotificatierichtlijn: richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204).

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Telecommunicatiewet