-
De advocaat kan verzoeken om het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, of de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, af te leggen. Binnen twaalf weken na het verzoek wordt de advocaat daartoe in de gelegenheid gesteld. De algemene raad deelt de advocaat binnen vier weken mee wanneer het examen of de proeve wordt afgenomen.
-
Voor het afleggen van het examen dan wel de proeve dient de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad:
zich uiterlijk twaalf weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid aan te melden bij de commissie cassatie;
uiterlijk zes weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid aan de commissie cassatie de gegevens te verstrekken ten behoeve van de vaststelling dat de advocaat heeft voldaan aan het vereiste van artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening respectievelijk de vereisten van de artikelen 4.13, eerste lid, en 4.14, van de Verordening;
uiterlijk zes weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid het door de algemene raad vastgestelde bedrag te hebben voldaan, bedoeld in de artikelen 10 en 11 van deze regeling voor het afleggen van het examen onderscheidenlijk de proeve.
-
De voorzitter van de commissie cassatie is in voorkomend geval bevoegd om af te wijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a.
-
Bij aanmelding voor het examen geeft de advocaat een uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze op als bedoeld in artikel 21, aanhef en onderdeel b, tweede subonderdeel.
-
Op verzoek legitimeert de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad zich met een geldig legitimatiebewijs, bijvoorbeeld zijn advocatenpas.
-
Op de herkansing van het examen en van de proeve van bekwaamheid zijn het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.
Regeling op de advocatuur Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 1 Definities
Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen
Paragraaf 2.1 Financiële bijdrage
Paragraaf 2.2 Vacatiegelden en vergoedingen
Paragraaf 2.3 Declaratieregels
Paragraaf 2.4 Vergoedingen
Hoofdstuk 3 Stage en beroepsopleiding
Hoofdstuk 4 Vakbekwaamheid
Paragraaf 4.1 Kwaliteitstoetsen
Paragraaf 4.1a Opleidingspunten
Paragraaf 4.2 Erkenning van opleidingsinstellingen
Hoofdstuk 5 Kantoororganisatie
Paragraaf 5.1 Professioneel statuut
Paragraaf 5.2 Advocatenpas en authenticatiemiddel
Paragraaf 5.3 Geheimhoudernummers
Paragraaf 5.4 Beschrijving werkwijze
Paragraaf 5.5 Stichting derdengelden
Paragraaf 5.6 Beroepsaansprakelijkheid
Paragraaf 5.7 Registratie rechtsgebieden
Hoofdstuk 6 Termijn herintreden na schrapping
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlage 1a Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon stagiaire- ondernemer
Bijlage 1b Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon
Bijlage 1c Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’ van een werkgever anders dan advocatenkantoor
Bijlage 1d Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon
Bijlage 1e Formulier verzoek tot wijziging patroon behorend bij artikel 12
Bijlage 2 Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten
Bijlage 3 Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen
Bijlage 4 Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking
Bijlage 5 Model Statuten stichting derdengelden (algemeen)
Bijlage 6 Model overeenkomst kantoor-stichting derdengelden
Bijlage 7 Modelovereenkomst vrijwaring door de staat beroepsaansprakelijkheid
Bijlage 8 Modellen gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekendmaken van registratie
Bijlage 9 Lijst van rechtsgebieden per 1 januari 2021
Bijlage 10 Beoordelingscriteria peer review
Paragraaf 4.3
Artikel 21
De examenstof, bedoeld in artikel 4.9, vijfde lid, van de Verordening bestaat uit de volgende onderdelen:
de laatste druk van:
Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer;
Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk I (geschiedenis en rechtsvergelijking), Kluwer Deventer;
jurisprudentie:
een viertal op de website van de Nederlandse orde van advocaten per toetsingsmogelijkheid door de commissie opgegeven uitspraken van de Hoge Raad;
een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk;
administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk, in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken.
Artikel 22
-
Tijdens het examen wordt de in artikel 21 omschreven kennis getoetst, waarbij als richtlijn de navolgende indeling wordt gehanteerd:
burgerlijk procesrecht, daaronder begrepen appel- en cassatieprocesrecht in samenhang met het privaatrecht en de voorgeschreven jurisprudentie;
cassatietechniek;
administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk.
-
Het examen is met goed gevolg afgelegd indien het resultaat van elk van de in het vorige lid opgenomen onderdelen als voldoende kan worden aangemerkt.
Artikel 23
-
De advocaat bij de Hoge Raad stelt de commissie cassatie twee volledige dossiers van bij de Hoge Raad afgeronde procedures ter hand, één waarin hij namens de eisende partij heeft opgetreden en één waarin hij namens de verwerende partij heeft opgetreden.
-
Onderdeel van het dossier vormt het cassatieadvies.
-
Op de herkansing van de proeve van bekwaamheid zijn het eerste en tweede lid van toepassing.
Artikel 24
-
De advocaat doet opgave van de door hem behandelde cassatiezaken bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van de Verordening.
-
De opgave houdt in:
de zaaknamen;
of is opgetreden namens eiser of namens verweerder;
de ECLI-, rol- of rekestnummers waar het betreft zaken die tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid;
de datum van de adviezen,
of meer dan een advocaat de zaak heeft behandeld;
de inhoud van de aan hem verleende vrijstelling, indien van toepassing.
-
Indien de cassatiezaak door twee advocaten is behandeld en beiden hebben een min of meer gelijkwaardige inbreng gehad, kan ieder van de advocaten een halve cassatiezaak opvoeren.
-
Indien een cassatiezaak door meer dan twee advocaten is behandeld, kunnen slechts twee advocaten ieder een halve cassatiezaak opvoeren.