Regeling op de advocatuur Actueel

Inhoud
Hoofdstuk 1 Definities
Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen
Hoofdstuk 3 Stage en beroepsopleiding
Hoofdstuk 4 Vakbekwaamheid
Hoofdstuk 5 Kantoororganisatie
Hoofdstuk 6 Termijn herintreden na schrapping
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Bijlagen
Bijlage 1a Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon stagiaire- ondernemer
Bijlage 1b Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon
Bijlage 1c Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’ van een werkgever anders dan advocatenkantoor
Bijlage 1d Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon
Bijlage 1e Formulier verzoek tot wijziging patroon behorend bij artikel 12
Bijlage 2 Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten
Bijlage 3 Beeldmerk opleidingspunten erkende opleidingsinstellingen
Bijlage 4 Professioneel statuut voor de advocaat in dienstbetrekking
Bijlage 5 Model Statuten stichting derdengelden (algemeen)
Bijlage 6 Model overeenkomst kantoor-stichting derdengelden
Bijlage 7 Modelovereenkomst vrijwaring door de staat beroepsaansprakelijkheid
Bijlage 8 Modellen gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekendmaken van registratie
Bijlage 9 Lijst van rechtsgebieden per 1 januari 2021
Bijlage 10 Beoordelingscriteria peer review

Paragraaf 4.1a

Opleidingspunten

Artikel 14

De advocaat kan ingevolge artikel 4.4, vijfde lid, aanhef en onderdeel e, en artikel 4.13, derde lid, van de Verordening, een of meer opleidingspunten behalen door:

  1. het schrijven van juridische adviezen voor een adviescommissie van de Nederlandse orde van advocaten, met ten hoogste een punt per advies;

  2. het verrichten van werkzaamheden in een zaak als rechter-plaatsvervanger, arbiter of lid van een raad van discipline of het hof van discipline, met ten hoogste een punt per zaak in het jaar dat de zaak is beëindigd en ten hoogste vier punten per jaar;

  3. deelname aan jurisprudentiebijeenkomsten, met ten hoogste vier punten per jaar;

  4. het maken van toetsen voor de beroepsopleiding advocaten, met ten hoogste een punt per toets en vier punten per jaar;

  5. het met goed gevolg afleggen van het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening, met een punt;

  6. het met goed gevolg afleggen van de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, met een punt;

  7. het afnemen van het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening of de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening, met ten hoogste een punt per afgenomen examen of proeve van bekwaamheid en ten hoogste vier punten per jaar;

  8. het afleggen van een door de algemene raad aangeboden self-assessment, met een punt per jaar;

  9. aantoonbaar op vergelijkbare wijze de professionele kennis en kunde te onderhouden.

Artikel 15

De advocaat kan, ingevolge artikel 4.4, zesde lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening, geen opleidingspunten behalen door:

  1. het lidmaatschap van een van de organen van de Nederlandse orde van advocaten of de orde in het arrondissement;

  2. het volgen van de beroepsopleiding advocaten;

  3. deelname aan lokale activiteiten, bedoeld in artikel 3.10 van de Verordening, die uitsluitend in het kader van de stage worden georganiseerd.

  4. deelname aan gestructureerd intercollegiaal overleg.

← terug naar Regeling op de advocatuur