-
Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen vaststelt, aan het college, nadat het college gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen.
-
In de aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met de aanwijzing.
-
Onze Minister schort de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste drie maanden op, indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als bedoeld in het eerste lid, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, totdat:
hij heeft vastgesteld aan de hand van de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn opgeheven;
hij heeft vastgesteld, dat het college aan de in de aanwijzing opgenomen verplichtingen heeft voldaan;
hij heeft geoordeeld, dat het college na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing.
-
Onze Minister stelt, indien hij van oordeel is, dat het college, na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of in artikel 87 van de Wet investeren in jongeren, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt, 1 procent lager vast.
-
Onze Minister stelt, indien hij van oordeel is, dat het college twaalf maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, nog geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing, bedoeld in het derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het tweede jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt en de daaropvolgende jaren, telkens ten hoogste 3 procent lager vast.
Participatiewet Actueel
Er is een nieuwere wijziging voor deze wet gezien in de officiële bron van 01-07-2026. We verwerken die op dit moment.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Rechten en plichten
Hoofdstuk 3 Algemene bijstand
Hoofdstuk 4 Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
Hoofdstuk 5 Uitvoering
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
Hoofdstuk 7 Financiering, toezicht en informatie
Hoofdstuk 7a Overgangsrecht
- Artikel 78a
- Artikel 78b
- Artikel 78c
- Artikel 78d
- Artikel 78e
- Artikel 78f
- Artikel 78g
- Artikel 78h
- Artikel 78i
- Artikel 78j
- Artikel 78k
- Artikel 78l
- Artikel 78m
- Artikel 78o
- Artikel 78p
- Artikel 78q
- Artikel 78r
- Artikel 78s
- Artikel 78t
- Artikel 78u
- Artikel 78v
- Artikel 78w
- Artikel 78x
- Artikel 78y
- Artikel 78z
- Artikel 78aa
- Artikel 78bb
- Artikel 78cc
- Artikel 78dd
- Artikel 78ee*
- Artikel 78ff
Hoofdstuk 7b Tegemoetkoming door onze minister in verband met hoge energiekosten
Hoofdstuk 7c Tegemoetkoming in verband met alleenverdienersproblematiek
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
§ 7.2
Aanwijzingsbevoegdheid en gemeentelijke toezichthouders
Artikel 76a
Met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.