-
Het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven als ingezetene met een woonadres of briefadres in de basisregistratie personen wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.
-
Indien bij de beoordeling van het recht op bijstand blijkt dat het door een belanghebbende verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de basisregistratie personen is ingeschreven, schort het college de betaling van de bijstand op.
-
Geen opschorting vindt plaats indien:
de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de bijstand;
de belanghebbende van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn;
de belanghebbende voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruikmaakt van een hoofdverblijf elders.
-
Het college doet schriftelijk mededeling van de opschorting, bedoeld in het tweede lid, aan de belanghebbende en geeft daarbij de gelegenheid tot adreswijziging in de basisregistratie personen binnen een door het college te stellen termijn.
-
De opschorting wordt beëindigd zodra het aan het college gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de krachtens het vierde lid gestelde termijn nog bestaat, herziet het college het besluit tot toekenning van de bijstand of trekt het dit in met ingang van de eerste dag waarop de betaling van de bijstand is opgeschort.
Participatiewet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Rechten en plichten
Hoofdstuk 3 Algemene bijstand
Hoofdstuk 4 Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
Hoofdstuk 5 Uitvoering
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
Hoofdstuk 7 Financiering, toezicht en informatie
Hoofdstuk 7a Overgangsrecht
- Artikel 78a
- Artikel 78b
- Artikel 78c
- Artikel 78d
- Artikel 78e
- Artikel 78f
- Artikel 78g
- Artikel 78h
- Artikel 78i
- Artikel 78j
- Artikel 78k
- Artikel 78l
- Artikel 78m
- Artikel 78o
- Artikel 78p
- Artikel 78q
- Artikel 78r
- Artikel 78s
- Artikel 78t
- Artikel 78u
- Artikel 78v
- Artikel 78w
- Artikel 78x
- Artikel 78y
- Artikel 78z
- Artikel 78aa
- Artikel 78bb
- Artikel 78cc
- Artikel 78dd
- Artikel 78ee*
- Artikel 78ff
Hoofdstuk 7b Tegemoetkoming door onze minister in verband met hoge energiekosten
Hoofdstuk 7c Tegemoetkoming in verband met alleenverdienersproblematiek
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
§ 5.1
Artikel 41
-
De aanvraag is gericht tot het college en wordt overeenkomstig artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Na de overdracht van de aanvraag door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan het college ingevolge artikel 30c, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld door het college.
-
Indien het een aanvraag betreft van andere dan algemene bijstand dan wel van algemene bijstand aan een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt die in een inrichting verblijft of die niet is ingeschreven in de basisregistratie personen wordt, in afwijking van het eerste lid, de aanvraag ingediend bij het college.
-
De gemeenteraad kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bij verordening categorieën van aanvragen vaststellen die, in afwijking van het tweede lid, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ingediend.
-
Een aanvraag van algemene bijstand die alleen ziet op alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar en gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger dan 27 jaar zijn wordt niet eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, en wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in behandeling genomen. De vorige zin is niet van toepassing:
voor de duur van een jaar op alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden wanneer een van de personen uiterlijk een jaar voorafgaand aan de aanvraag ingeschreven heeft gestaan bij:
- 1°
het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of
- 2°
het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;
- 1°
op alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden wanneer een van de personen medisch urenbeperkt is of behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
-
Indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd een of meer personen jonger dan 27 jaar behoren, worden documenten verstrekt die het college kunnen helpen bij de beoordeling of die personen jonger dan 27 jaar nog mogelijkheden hebben binnen het uit ‘s Rijks kas bekostigde onderwijs.
-
De personen, bedoeld in het vierde lid, die recht hebben op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, kunnen zich al melden om bijstand aan te vragen vanaf de dag gelegen vier weken voordat het recht op die uitkering eindigt.
-
De documenten, bedoeld in het vijfde lid, worden verstrekt:
indien het vierde lid van toepassing is: bij de aanvraag van algemene bijstand;
indien het vierde lid niet van toepassing is: binnen vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44.
-
Indien het vierde lid van toepassing is in geval van een vreemdeling als bedoeld in artikel 11, tweede of derde lid:
die na een verzoek van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen op uitnodiging van de Nederlandse regering in Nederland verblijft; of
van wie de aanspraak op verstrekkingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geëindigd, omdat:
- 1°
een verblijfsvergunning is verleend en naar het oordeel van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers passende huisvesting buiten de opvangvoorziening is gerealiseerd; of
- 2°
bij vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 hebben ingediend onder een beperking verband houdend met gezinshereniging met een asielzoeker aan wie verstrekkingen als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden, naar het oordeel van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers passende huisvesting buiten de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd, kan het college op verzoek van die vreemdeling bij wijze van voorschot algemene bijstand in de vorm van een renteloze geldlening verlenen na de melding, bedoeld in artikel 44, indien onevenredig bezwarende individuele omstandigheden daartoe noodzaken en zolang het recht op algemene bijstand niet is vastgesteld.
- 1°
-
Bij de toepassing van het achtste lid is artikel 52, eerste lid, onderdelen a en b, tweede tot en met het vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
-
In de aanvraag verleent belanghebbende het college een machtiging om onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zo nodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van bijstand.
-
In afwijking van het vierde lid kan het college de aanvraag voor het verstrijken van de termijn van vier weken in behandeling nemen, indien naar het oordeel van het college de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.
-
In alle gevallen waar het vierde lid niet op van toepassing is, stelt het college betrokkene na melding onverwijld in de gelegenheid een aanvraag in te dienen.
Artikel 42
-
Indien doorzending van de aanvraag naar het college van een andere gemeente heeft plaatsgevonden en dit van oordeel is dat het evenmin de aanvraag dient te behandelen, terwijl geen zekerheid kan worden verkregen over de in artikel 40 bedoelde woonplaats, draagt het college dat de doorgezonden aanvraag heeft ontvangen er zorg voor dat het geschil aanhangig wordt gemaakt.
-
In afwachting van een beslissing inzake een geschil over toepassing van het eerste lid bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende werkelijk verblijft.
-
Kosten van bijstand verleend ingevolge het tweede lid worden vergoed door het college van de gemeente waarvan de taak is waargenomen.
Artikel 43
-
Het college stelt het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag of, indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, ambtshalve vast.
-
De bijstand wordt door de echtgenoten gezamenlijk aangevraagd dan wel door een van hen met schriftelijke toestemming van de ander.
-
Het college stelt het recht op bijstand ambtshalve vast indien een van de echtgenoten niet met de aanvraag instemt, doch bijstandsverlening, gezien de belangen van de overige gezinsleden, niettemin geboden is.
-
Het college houdt, indien artikel 41, vierde lid, van toepassing is, bij de vaststelling van het recht op algemene bijstand rekening met de houding en gedragingen van de meerderjarige personen die ten tijde van de aanvraag van algemene bijstand jonger dan 27 jaar zijn gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44.
-
Indien artikel 41, vierde lid, niet van toepassing is, beoordeelt het college in ieder geval de houding en gedragingen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, van de meerderjarige personen die ten tijde van de aanvraag van algemene bijstand jonger dan 27 jaar zijn.
-
Indien een belanghebbende zich onverwijld na afwijzing van een aanvraag voor een uitkering op grond van artikel 78f, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen meldt voor een aanvraag voor algemene bijstand, geldt de datum van melding voor de aanvraag voor die uitkering tevens als melding bedoeld in artikel 44.
Artikel 43a
-
Indien na het eindigen van de algemene bijstand binnen twaalf maanden een nieuwe aanvraag wordt gedaan, kan het college de gegevens die bij hem berusten in verband met de eerdere bijstandsverlening gebruiken, indien dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag.
-
Het college verifieert de juistheid en actualiteit van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de beschikbare bronnen en zo nodig bij de belanghebbende.