Participatiewet

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Rechten en plichten
Hoofdstuk 3 Algemene bijstand
Hoofdstuk 4 Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
Hoofdstuk 5 Uitvoering
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
Hoofdstuk 7 Financiering, toezicht en informatie
Hoofdstuk 7a Overgangsrecht
Hoofdstuk 7b Tegemoetkoming door onze minister in verband met hoge energiekosten
Hoofdstuk 7c Tegemoetkoming in verband met alleenverdienersproblematiek
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 34b

HISTORISCH
  1. Het college kan op basis van individuele omstandigheden voor degene die inkomen uit arbeid en algemene bijstand ontvangt, ambtshalve een bufferbudget tot maximaal € 1.000 per kalenderjaar inzetten, indien:

    1. de belanghebbende als gevolg van inkomstenverrekening instabiliteit in inkomen heeft of zal hebben, waardoor die persoon of het gezin gedurende een of meer maanden op maandbasis minder dan de bijstandsnorm tot zijn beschikking heeft of daar redelijkerwijs over kan beschikken; en

    2. het bufferbudget naar het oordeel van het college bijdraagt aan het werken in deeltijd of aan volledige arbeidsinschakeling van deze persoon.

  2. Het college wendt het bufferbudget aan om betalingen aan de belanghebbende te doen, of om onverschuldigd betaalde algemene bijstand te vereffenen vanwege het in aanmerking nemen van inkomsten uit arbeid, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de stabiliteit van de inkomensvoorziening in een of meer maanden.

  3. Bij aanwending van het bufferbudget zijn de artikelen 11, vierde lid, en 45, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. Het college kan op basis van individuele omstandigheden voor degene die inkomen uit arbeid en algemene bijstand ontvangt, ambtshalve een bufferbudget tot maximaal € 1.000 per kalenderjaar inzetten, indien:

    1. de belanghebbende als gevolg van inkomstenverrekening instabiliteit in inkomen heeft of zal hebben, waardoor die persoon of het gezin gedurende een of meer maanden op maandbasis minder dan de bijstandsnorm tot zijn beschikking heeft of daar redelijkerwijs over kan beschikken; en

    2. het bufferbudget naar het oordeel van het college bijdraagt aan het werken in deeltijd of aan volledige arbeidsinschakeling van deze persoon.

  2. Het college wendt het bufferbudget aan om betalingen aan de belanghebbende te doen, of om onverschuldigd betaalde algemene bijstand te vereffenen vanwege het in aanmerking nemen van inkomsten uit arbeid, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de stabiliteit van de inkomensvoorziening in een of meer maanden.

  3. Bij aanwending van het bufferbudget zijn de artikelen 11, vierde lid, en 45, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet