Overleveringswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Overlevering door Nederland
Hoofdstuk III Overlevering aan Nederland
Hoofdstuk IV Andere vormen van rechtshulp
Hoofdstuk V Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Overleveringswet
Bijlage 2 bij de Overleveringswet

Artikel 56

HISTORISCH
  1. De rechter-commissaris die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd of de officier van justitie die een Europees aanhoudingsbevel of uitleveringsverzoek in behandeling heeft genomen, zendt een verzoek om doorvoer van een opgeëiste persoon aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de Europese Unie over wiens grondgebied betrokkene moet worden vervoerd.

  2. Een verzoek om doorvoer dient de volgende gegevens te bevatten:

    1. de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven of ten aanzien van wie een uitleveringsverzoek is gedaan;

    2. het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel of van een uitleveringsverzoek aan een derde staat;

    3. de aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit;

    4. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan, met inbegrip van tijd en plaats.

  3. Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat over wiens grondgebied de doorvoer plaatsvindt, worden de kosten van de doorvoer door de rechter-commissaris of de officier van justitie vergoed.

01-07-2025 Huidig 01-10-2024 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De rechter-commissaris die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd of de officier van justitie die een Europees aanhoudingsbevel of uitleveringsverzoek in behandeling heeft genomen, zendt een verzoek om doorvoer van een opgeëiste persoon aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de Europese Unie over wiens grondgebied betrokkene moet worden vervoerd.

  2. Een verzoek om doorvoer dient de volgende gegevens te bevatten:

    1. de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven of ten aanzien van wie een uitleveringsverzoek is gedaan;

    2. het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel of van een uitleveringsverzoek aan een derde staat;

    3. de aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit;

    4. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan, met inbegrip van tijd en plaats.

  3. Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat over wiens grondgebied de doorvoer plaatsvindt, worden de kosten van de doorvoer door de rechter-commissaris of de officier van justitie vergoed.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Overleveringswet