-
In geval van toepassing van artikel 40, eerste lid, bepaalt de officier van justitie, na overleg met de bevoegde buitenlandse autoriteiten, onverwijld de tijd en de plaats waarop de feitelijke overlevering zal geschieden.
-
De officier van justitie kan, zo nodig, met het oog op de feitelijke overlevering krachtens deze paragraaf, de aanhouding van de opgeëiste persoon bevelen voor ten hoogste drie dagen. Indien de feitelijke overlevering niet binnen de termijn van drie dagen heeft kunnen plaatsvinden, kan het bevel tot aanhouding door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd. Artikel 37, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Afdeling 2 Europees aanhoudingsbevel
Hoofdstuk II Overlevering door Nederland
Afdeling 1 Voorwaarden voor overlevering
Hoofdstuk III Overlevering aan Nederland
Hoofdstuk IV Andere vormen van rechtshulp
Afdeling 1 Op verzoek van het buitenland
Afdeling 2 Op verzoek van Nederland
Hoofdstuk V Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Overleveringswet
Bijlage 2 bij de Overleveringswet
Artikel 43
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.