Overleveringswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Overlevering door Nederland
Hoofdstuk III Overlevering aan Nederland
Hoofdstuk IV Andere vormen van rechtshulp
Hoofdstuk V Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Overleveringswet
Bijlage 2 bij de Overleveringswet

Artikel 50

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
  1. De rechtbank beslist bij haar uitspraak over de overlevering tevens over de afgifte dan wel de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen en vermeldt dit in haar uitspraak. Afgifte van die voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan alleen worden bevolen in het geval van inwilliging van het verzoek tot overlevering.

  2. Met het oog op de mogelijke rechten van derden kan de rechtbank ten aanzien van bepaalde voorwerpen beslissen, dat afgifte slechts mag geschieden onder het beding, dat die voorwerpen onmiddellijk zullen worden teruggezonden nadat daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik zal zijn gemaakt.

  3. In geval van overlevering overeenkomstig § E van afdeling 2 van hoofdstuk II, beslist de rechtbank bij haar beslissing, bedoeld in artikel 40, eerste lid, over de afgifte dan wel de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. De rechtbank houdt daarbij, overeenkomstig het tweede lid, rekening met de mogelijke rechten van derden.

  4. Voorwerpen ten aanzien waarvan de rechtbank de overdracht heeft toegestaan, worden ook overgedragen indien de opgeëiste persoon wegens overlijden of ontsnapping niet feitelijk kan worden overgeleverd.

01-07-2025 Huidig 01-10-2024 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-10-2024.

Tekst van deze versie

  1. De rechtbank beslist bij haar uitspraak over de overlevering tevens over de afgifte dan wel de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen en vermeldt dit in haar uitspraak. Afgifte van die voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan alleen worden bevolen in het geval van inwilliging van het verzoek tot overlevering.

  2. Met het oog op de mogelijke rechten van derden kan de rechtbank ten aanzien van bepaalde voorwerpen beslissen, dat afgifte slechts mag geschieden onder het beding, dat die voorwerpen onmiddellijk zullen worden teruggezonden nadat daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik zal zijn gemaakt.

  3. In geval van overlevering overeenkomstig § E van afdeling 2 van hoofdstuk II, beslist de rechtbank bij haar beslissing, bedoeld in artikel 40, eerste lid, over de afgifte dan wel de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. De rechtbank houdt daarbij, overeenkomstig het tweede lid, rekening met de mogelijke rechten van derden.

  4. Voorwerpen ten aanzien waarvan de rechtbank de overdracht heeft toegestaan, worden ook overgedragen indien de opgeëiste persoon wegens overlijden of ontsnapping niet feitelijk kan worden overgeleverd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Overleveringswet