Overleveringswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Overlevering door Nederland
Hoofdstuk III Overlevering aan Nederland
Hoofdstuk IV Andere vormen van rechtshulp
Hoofdstuk V Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Overleveringswet
Bijlage 2 bij de Overleveringswet

Artikel 54

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
  1. De rechtbank staat op verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit, gehoord de officier van justitie, toe dat een opgeëiste persoon die op basis van een Europees aanhoudingsbevel ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek is aangehouden, voorafgaand aan de beslissing over de overlevering, tijdelijk ter beschikking wordt gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit voor het afleggen van een verklaring.

  2. De rechtbank staat de tijdelijke terbeschikkingstelling niet toe, indien de opgeëiste persoon daardoor niet aanwezig zou kunnen zijn op het door de rechtbank, overeenkomstig artikel 24, eerste lid, bepaalde tijdstip waarop de opgeëiste persoon zal worden gehoord.

  3. De rechtbank bepaalt daartoe, gehoord de officier van justitie, in overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit de duur van de terbeschikkingstelling en de voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling plaatsvindt.

01-07-2025 Huidig 01-10-2024 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-10-2024.

Tekst van deze versie

  1. De rechtbank staat op verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit, gehoord de officier van justitie, toe dat een opgeëiste persoon die op basis van een Europees aanhoudingsbevel ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek is aangehouden, voorafgaand aan de beslissing over de overlevering, tijdelijk ter beschikking wordt gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit voor het afleggen van een verklaring.

  2. De rechtbank staat de tijdelijke terbeschikkingstelling niet toe, indien de opgeëiste persoon daardoor niet aanwezig zou kunnen zijn op het door de rechtbank, overeenkomstig artikel 24, eerste lid, bepaalde tijdstip waarop de opgeëiste persoon zal worden gehoord.

  3. De rechtbank bepaalt daartoe, gehoord de officier van justitie, in overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit de duur van de terbeschikkingstelling en de voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling plaatsvindt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Overleveringswet