Overleveringswet

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Hoofdstuk II Overlevering door Nederland
Hoofdstuk III Overlevering aan Nederland
Hoofdstuk IV Andere vormen van rechtshulp
Hoofdstuk V Slotbepalingen
Bijlage 1 bij de Overleveringswet
Bijlage 2 bij de Overleveringswet

Artikel 39

HISTORISCH
  1. De opgeëiste persoon die overeenkomstig artikel 4, eerste of tweede lid, is gesignaleerd ter fine van aanhouding met het oog op zijn overlevering of ten aanzien van wie een Europees aanhoudingsbevel is ontvangen, kan, uiterlijk op de dag voorafgaande aan die welke overeenkomstig artikel 24 is bepaald voor zijn verhoor door de rechtbank, verklaren dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering.

  2. Een verklaring overeenkomstig het eerste lid kan op het moment van inverzekeringstelling worden afgelegd voor elke officier van justitie. Nadien kan de verklaring uitsluitend worden afgelegd ten overstaan van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam of de rechter-commissaris. De afgelegde verklaring kan niet worden herroepen.

  3. De officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of de rechter-commissaris is bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.

  4. De opgeëiste persoon kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman. Hierop wordt, zo hij zonder raadsman verschijnt, zijn aandacht gevestigd door de justitiële autoriteit, bevoegd tot het in ontvangst nemen van de verklaring.

  5. Voordat hij de verklaring aflegt, wordt de opgeëiste persoon op de mogelijke gevolgen daarvan, in het bijzonder het bepaalde in artikel 43, derde lid, gewezen. Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt.

  6. De rechter-commissaris ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd, zendt het proces-verbaal daarvan onverwijld aan de officier van justitie.

01-07-2025 Huidig 01-10-2024 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-04-2021.

Tekst van deze versie

  1. De opgeëiste persoon die overeenkomstig artikel 4, eerste of tweede lid, is gesignaleerd ter fine van aanhouding met het oog op zijn overlevering of ten aanzien van wie een Europees aanhoudingsbevel is ontvangen, kan, uiterlijk op de dag voorafgaande aan die welke overeenkomstig artikel 24 is bepaald voor zijn verhoor door de rechtbank, verklaren dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering.

  2. Een verklaring overeenkomstig het eerste lid kan op het moment van inverzekeringstelling worden afgelegd voor elke officier van justitie. Nadien kan de verklaring uitsluitend worden afgelegd ten overstaan van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam of de rechter-commissaris. De afgelegde verklaring kan niet worden herroepen.

  3. De officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of de rechter-commissaris is bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.

  4. De opgeëiste persoon kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman. Hierop wordt, zo hij zonder raadsman verschijnt, zijn aandacht gevestigd door de justitiële autoriteit, bevoegd tot het in ontvangst nemen van de verklaring.

  5. Voordat hij de verklaring aflegt, wordt de opgeëiste persoon op de mogelijke gevolgen daarvan, in het bijzonder het bepaalde in artikel 43, derde lid, gewezen. Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt.

  6. De rechter-commissaris ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd, zendt het proces-verbaal daarvan onverwijld aan de officier van justitie.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Overleveringswet