Meststoffenwet

Inhoud

Artikel 47b Meststoffenwet – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 09-12-2025.

Officiële wettekst historische versie

  1. Een krachtens artikel 47, eerste lid, aangewezen ambtenaar is bevoegd om, ter uitvoering van verordening (EU) 2019/1020, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot zijn identiteit en hoedanigheid, meststoffen te verkrijgen en hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van zijn taak noodzakelijk is. Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  2. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

    1. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;

    2. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;

    3. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;

    4. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronisch adres, waar de meststof is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokkene;

    5. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de handelingen ten behoeve van het verkrijgen van de meststof zijn verstrekt;

    6. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden;

    7. hetgeen tijdens het onderzoek van de meststof is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.

Historische versies

09-12-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 19-04-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 19-04-2023.

Tekst van deze versie

  1. Een krachtens artikel 47, eerste lid, aangewezen ambtenaar is bevoegd om, ter uitvoering van verordening (EU) 2019/1020, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot zijn identiteit en hoedanigheid, meststoffen te verkrijgen en hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van zijn taak noodzakelijk is. Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  2. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

    1. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;

    2. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;

    3. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;

    4. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronisch adres, waar de meststof is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokkene;

    5. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de handelingen ten behoeve van het verkrijgen van de meststof zijn verstrekt;

    6. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden;

    7. hetgeen tijdens het onderzoek van de meststof is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Meststoffenwet