Kieswet Actueel

Inhoud

Afdeling Vb

Regels ten behoeve van het houden van verkiezingen ten tijde van een epidemie

Artikel Yb 1

  1. Indien er sprake is van een of meer op grond van de artikelen 58f tot en met 58i van de Wet publieke gezondheid bij ministeriële regeling vastgestelde maatregelen en er binnen afzienbare tijd een verkiezing zal plaatsvinden, kunnen voor die verkiezing bij koninklijk besluit een of meer bepalingen in deze afdeling van kracht worden verklaard.

  2. In het geval dat in de ministeriële regeling op grond van artikel 58e, eerste lid, onder a, van de Wet publieke gezondheid onderscheid wordt gemaakt in die zin dat er geen maatregelen gelden in het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, zijn de van kracht zijnde bepalingen uit deze afdeling niet van kracht in het betreffende deel van Nederland.

  3. De bepalingen in deze afdeling blijven van kracht zolang er sprake is van maatregelen als bedoeld in het eerste lid. Indien de dag waarop er niet langer sprake is van maatregelen als bedoeld in het eerste lid, gelegen is op of na de dag dat de termijn in artikel Yb 2 aanvangt, geldt in afwijking van de eerste zin dat de bepalingen in deze afdeling van kracht blijven tot de verkiezing is afgerond.

Artikel Yb 2

In afwijking van artikel H 4, derde lid, eerste zin, bedraagt de termijn voor het afleggen van een verklaring van ondersteuning vier weken, of zoveel korter als het aantal dagen dat deze afdeling van kracht wordt na de dag vier weken voor de dag van kandidaatstelling.

Artikel Yb 4

  1. Indien bij of krachtens artikel 58f of 58g van de Wet op de publieke gezondheid maatregelen worden genomen die van toepassing zijn op plaatsen of gedeelten daarvan die in gebruik zijn ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet, kan een lid van het stembureau, briefstembureau, gemeentelijk stembureau, hoofdstembureau, nationaal briefstembureau dan wel centraal stembureau de aanwijzingen geven die nodig zijn om de naleving daarvan te verzekeren.

  2. De aanwijzing dat een persoon de locatie niet mag betreden, of dat een persoon de locatie moet verlaten, kan enkel worden gegeven door de voorzitter. Artikel J 13a is niet van toepassing.

Artikel Yb 5

  1. In aanvulling op de artikelen I 4, O 19, eerste lid, en P 20, tweede lid, kunnen personen, aanwezig zijn door de zitting bij te wonen in een digitale omgeving. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.

  2. Indien gewenst kunnen een of meer leden van het nationaal briefstembureau dan wel centraal stembureau de zitting in de digitale omgeving bijwonen.

  3. Een zitting als bedoeld in de artikelen I 4, O 19, eerste lid, en P 20, tweede lid, vindt slechts doorgang voor zover:

    1. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    2. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hun het woord verleent; en

    3. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

  4. Indien een persoon om technische redenen niet in staat is om zijn bezwaar in de digitale omgeving zelf toe te lichten, kan hij de voorzitter verzoeken om dit namens hem te doen.

  5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de digitale omgeving, de live-verbinding en de wijze waarop geïnteresseerden via de digitale omgeving bezwaren kunnen inbrengen.

Artikel Yb 6

  1. Indien gewenst kunnen een of meer leden van het hoofdstembureau de zitting bedoeld in artikel O 4 in een digitale omgeving bijwonen. Als alle leden fysiek deelnemen, vindt de zitting enkel fysiek plaats.

  2. De zitting bedoeld in het eerste lid vindt slechts doorgang voor zover:

    1. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld;

    2. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de digitale omgeving.

Artikel Yb 7

  1. Het proces-verbaal bedoeld in artikel I 18, eerste lid, artikel O 7, tweede lid, O 20, tweede lid, dan wel artikel P 22, tweede lid, wordt achtereenvolgens door de voorzitter en alle fysiek aanwezige leden ondertekend.

  2. Een lid dat de openbare zitting in een digitale omgeving op afstand bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.

Artikel Yb 8

  1. Indien de omstandigheden daartoe nopen, kunnen burgemeester en wethouders tot een dag voor de dag van de stemming een andere dan een eerder aangewezen locatie aanwijzen voor de zitting van een stembureau.

  2. Op de locatie die gelet op de in het eerste lid genoemde omstandigheden niet meer beschikbaar is, wordt bij de ingang van die locatie een kennisgeving daarvan bevestigd.

Artikel Yb 9

  1. Burgemeester en wethouders kunnen voor een stembureau, niet zijnde een stembureau als bedoeld in de artikelen J 1a, eerste lid, of J 4a, eerste lid, ook een stemlokaal aanwijzen dat uitsluitend geschikt is voor het houden van een zitting voor zover het de stemming betreft. Artikel J 1a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel J 4 kunnen burgemeester en wethouders voor een stembureau als bedoeld in artikel J 1a, eerste lid, ten behoeve van de stemming een stemlokaal aanwijzen waartoe de toegang wordt beperkt tot een door burgemeester en wethouders aangewezen groep personen. De stemopneming geschiedt in het openbaar.

  3. Op een stemlokaal als bedoeld in het tweede lid is artikel J 35, eerste lid, niet van toepassing.

Artikel Yb 9a

  1. Indien burgemeester en wethouders voor een of meer stembureaus een stemlokaal hebben aangewezen als bedoeld in Yb 9, tweede lid, benoemen zij tijdig voor elke verkiezing een of meer personen die als waarnemer getuige zijn van het verloop van de zitting bij deze stembureaus. Een waarnemer krijgt geen instructies betreffende de wijze waarop hij inhoud dient te geven aan zijn functie. Artikel E 4, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. Onverminderd artikel E 4, tweede lid, kan degene die tot lid of plaatsvervangend lid van een stembureau is benoemd niet als waarnemer worden benoemd.

  3. Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau in een stemlokaal zitting houdt.

  4. Onverminderd artikel J 35, tweede lid, kan een waarnemer mondeling bezwaar indienen bij het stembureau. Artikel J 35, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  5. Een waarnemer brengt uiterlijk op de dag na de dag van de stemming om twaalf uur ’s middags aan de burgemeester verslag uit van zijn bevindingen betreffende het verloop van de stemming. Bij ministeriële regeling wordt voor het verslag een model vastgesteld.

  6. De artikelen Na 33, eerste lid, Na 34, eerste lid, Na 35, eerste lid en P 24, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het verslag bedoeld in het vijfde lid.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij een stembureau dat gevestigd is in een stemlokaal als bedoeld in artikel Yb 9, tweede lid.

Artikel Yb 10

Voor een aanvraag als bedoeld in artikel D 3, eerste lid, een verzoek als bedoeld in de artikelen K 7 en L 9 en in aanvulling op artikel M 7, vierde lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur aanvullende regels worden gesteld over de identiteitsdocumenten die mogen worden gebruikt.

Artikel Yb 11

In afwijking van de artikelen J 25, eerste lid enK 11, eerste lid, en L 17, tweede lid, wordt het in artikel J 24, eerste lid, onder a, genoemde identiteitsdocument dan wel een kopie van dit document indien het artikel L 17, tweede lid, betreft, getoond aan de voorzitter van het stembureau.

Artikel Yb 12

Artikel J 1a, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een stembureau dat zitting houdt in een stemlokaal als bedoeld in artikel Yb 9.

← terug naar Kieswet