1. De Kiesraad kan de voorzitter van een stembureau of een stembureau een procesaanwijzing geven, indien:

    1. zich onregelmatigheden voordoen met betrekking tot de feitelijke gang van zaken op plaatsen of gedeelten daarvan die door een stembureau in gebruik zijn ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in deze wet, die kunnen leiden tot risico’s voor het verloop van de verkiezing of de betrouwbaarheid van de uitslag van de verkiezing, en

    2. overleg er niet toe heeft geleid dat de onregelmatigheden en het gevaar voor de geconstateerde risico’s zijn weggenomen.

  2. Een procesaanwijzing heeft in ieder geval geen betrekking op:

    1. de uitoefening van de taken en bevoegdheden die in deze wet aan de burgemeester, burgemeester en wethouders, dan wel het dagelijks bestuur zijn toegekend, en

    2. de uitkomst van een vaststelling als bedoeld in de artikelen N 6, N 25, Na 18, Na 26, O 5, P 20 en T 10.

  3. Een procesaanwijzing is evenredig aan het doel waarvoor zij wordt gegeven.

  4. De Kiesraad stelt bij het geven van een procesaanwijzing een termijn waarbinnen aan de procesaanwijzing moet zijn voldaan.

  5. Ingeval van een procesaanwijzing stelt de Kiesraad de burgemeester en burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente hiervan onmiddellijk in kennis.