-
De rechter-commissaris houdt toezicht op de vervulling door de bewindvoerder van de door hem ingevolge deze titel te verrichten taken.
-
De artikelen 65 en 66 zijn van overeenkomstige toepassing.
Faillissementswet Actueel
Inhoud
Derde afdeling
Artikel 315
-
Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris staat gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank open. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
-
Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de artikelen 21, onder 4, 34, 58, eerste lid, 59a, derde lid, 94, tweede lid, 102, tweede lid, 125, 176, tweede lid, en de beschikkingen bedoeld in de artikelen 287, vijfde lid, 289, tweede lid, 290, tweede lid, 295, derde lid, 296, derde lid, artikel 299b, derde en vijfde lid, 310, eerste lid, 311, eerste lid, 316, tweede lid, 318, tweede lid, 320, tweede en vierde lid, 324, derde lid, 328a, tweede lid, 328b, vierde lid, 332, vierde lid en 347, tweede lid.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen beschikkingen van de rechter-commissaris en van de rechtbank worden aangewezen die uiterlijk de werkdag volgend op de dag van de uitspraak worden ingeschreven in de registers bedoeld in de artikelen 294 en 294a. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie van de aangewezen beschikking langs de hiervoor genoemde weg wordt ingeschreven.
Artikel 316
-
De bewindvoerder is belast met:
het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien;
het beheer en de vereffening van de boedel.
-
Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de artikelen 37, 40, 58, tweede lid, 59a, zesde lid, 305, 326, eerste lid, en 349, eerste lid, behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter-commissaris. Artikel 72 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 316a
-
De bewindvoerder kan persoonsgegevens verwerken voor zover dit bij of krachtens de wet noodzakelijk is voor de volgende onderdelen, bedoeld in artikel 316:
het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien;
het beheer en de vereffening van de boedel.
-
Onder noodzakelijk voor de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken wordt in ieder geval begrepen gegevenswerking in het kader van:
de opzegging van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 40;
de indiening van schuldvorderingen en het opmaken en ter griffie neerleggen van de lijsten, bedoeld in de artikelen 110, 112 en 114;
het uitbrengen en ter griffie neerleggen van een verslag, bedoeld in de artikelen 137 en 318;
de last, bedoeld in artikel 287;
het verzoek het bedrag gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, te verhogen, bedoeld in artikel 295;
het voeren van een afzonderlijke administratie, bedoeld in artikel 310;
de bewaring van de boedel en het onder zich nemen van de bescheiden en andere gegevensdragers en overige stukken, bedoeld in artikel 323;
het opmaken en ter griffie neerleggen van de boedelbeschrijving en de staat, bedoeld in de artikelen 94, 96, 324 en 325;
de vereffening en tegeldemaking van de tot de boedel behorende goederen, bedoeld in artikel 347;
het opmaken en ter griffie neerleggen van de uitdelingslijst, bedoeld in de artikelen 183 en 349;
het verzoek, bedoeld in artikel 350;
het opmaken van de slotuitdelingslijst, bedoeld in artikel 356; of
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen of taken.
-
Gelet op de artikelen 9, tweede lid, onder f en g, en 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming kan de bewindvoerder, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid genoemde taken, verwerken:
bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het verwerken betrekking heeft op de in het tweede lid, onder c, d, g en k, genoemde gespecificeerde taken of de overdracht van de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder g, voor zover dat in het kader van een dringend maatschappelijk belang is vereist;
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inparagraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het verwerken betrekking heeft op de in het tweede lid, onder c, d, g en k, genoemde gespecificeerde taken;
nummers die dienen ter identificatie van personen die bij wet zijn voorgeschreven op grond van artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het verwerken betrekking heeft op de in het tweede lid, onder d en g, genoemde gespecificeerde taken.
Artikel 317
-
Ieder der schuldeisers van vorderingen waarvoor de schuldsaneringsregeling werkt en de schuldenaar kunnen door het indienen van een verzoek tegen elke handeling van de bewindvoerder bij de rechter-commissaris opkomen, of van deze een bevel uitlokken dat de bewindvoerder een bepaalde handeling zal verrichten of een voorgenomen handeling zal nalaten.
-
De rechter-commissaris beslist, na de bewindvoerder te hebben gehoord, binnen drie dagen op het verzoek.
Artikel 318
-
De bewindvoerder brengt binnen twee maanden na de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en uiterlijk tien dagen voor de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden een verslag uit over de toestand van de boedel en vervolgens telkens na verloop van zes maanden een verslag over de voortgang van de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder legt zijn verslag neer ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van schuldeisers. De neerlegging geschiedt kosteloos.
-
De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden, kan op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve door de rechter-commissaris worden gewijzigd.
Artikel 319
-
De rechtbank is bevoegd de bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, te ontslaan en door een ander te vervangen, hetzij op voordracht van de rechter-commissaris hetzij op een met redenen omkleed verzoek van de bewindvoerder, een of meer schuldeisers dan wel de schuldenaar.
-
De ontslagen bewindvoerder legt rekening en verantwoording af aan de in zijn plaats benoemde bewindvoerder.
Artikel 320
-
De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast in het vonnis bedoeld in artikel 354, eerste lid.
-
De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling telkens voor een daarbij vast te stellen periode een voorschot op het salaris toekennen.
-
Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van artikel 350 of artikel 354a, stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
-
Eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in artikel 312, tweede lid, dan stelt de rechtbank het salaris vast zodra de uitspraak tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
-
In geval van akkoord wordt het salaris bij het vonnis van homologatie bepaald.
-
Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Overweegt de rechtbank om af te wijken van een voorstel van de bewindvoerder tot vaststelling van zijn salaris of stemt de rechter-commissaris niet met een dergelijk voorstel in, dan neemt de rechtbank geen beslissing als bedoeld in het eerste en derde tot en met vijfde lid dan nadat zij de bewindvoerder op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
-
Het salaris van de bewindvoerder is schuld van de boedel en wordt bij voorrang voldaan boven alle andere schulden en boven een betaling bedoeld in artikel 295, vijfde lid. Het in de vorige volzin bepaalde is ook van toepassing op de verschotten en op de publicaties die ingevolge deze titel zijn voorgeschreven.
-
De kosten van de ingevolge deze titel voorgeschreven publicaties die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, en het salaris van deskundigen komen ten laste van de Staat. De griffier van de rechtbank waarbij de schuldenaar zijn verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend, draagt zorg voor de voldoening van het door de rechter die het eindsalaris van de bewindvoerder bepaalt, vast te stellen bedrag dat ten laste van de Staat komt.
Artikel 321
De artikelen 85 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing.