Faillissementswet

Inhoud
Titel I Van faillissement
Eerste afdeling Van de faillietverklaring
Tweede afdeling Van de gevolgen der faillietverklaring
Derde afdeling Van het bestuur over de failliete boedel
Vierde afdeling Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
Vijfde afdeling Van de verificatie der schuldvorderingen
Vijfde afdeling A
Zesde afdeling Van het akkoord
Zevende afdeling Van de vereffening des boedels
Achtste afdeling Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
Negende afdeeling Vervallen
Tiende afdeling Bepalingen van internationaal recht
Elfde afdeling Van rehabilitatie
Afdeling 11A Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
Afdeling 11AA Van het faillissement van een kredietinstelling
Afdeling 11AB Van het faillissement van een beleggingsonderneming en van een entiteit onder de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
Afdeling 11B Van het faillissement van een verzekeraar
Afdeling 11C Van het faillissement van een centrale tegenpartij
Titel II Van surseance van betaling
Eerste afdeling Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
Tweede afdeling Van het akkoord
Tweede afdeling A Bijzondere bepalingen
Tweede afdeling B Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
Derde afdeling Slotbepalingen
Titel III Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Eerste afdeling Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Tweede afdeling De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Derde afdeling Het bestuur over de boedel
Vierde afdeling De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
Vijfde afdeling Verificatie van vorderingen
Zesde afdeling Het akkoord
Zevende afdeling De vereffening van de boedel
Achtste afdeling Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Negende afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende afdeling Slotbepalingen
Algemene slotbepaling
Tweede afdeling Homologatie van een onderhands akkoord

Artikel 287

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 25-03-2026.
  1. De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoek uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.

  2. Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in artikel 285, tweede lid, hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.

  3. Het vonnis, bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De rechtbank benoemt een bewindvoerder die adequaat is opgeleid en over de voor zijn taken vereiste deskundigheid beschikt. Bij de aanstelling:

    1. houdt de rechtbank rekening met de specifieke kenmerken van de zaak, waaronder eventuele grensoverschrijdende elementen, en de ervaring en deskundigheid van de bewindvoerder; en

    2. hanteert de rechtbank een procedure en voorwaarden die duidelijk, transparant en rechtvaardig zijn.

  4. De rechtbank is in spoedeisende zaken bevoegd, gelet op de belangen van partijen, een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. De voorlopige voorziening wordt gevraagd in het verzoek of, indien dit al is ingediend, door indiening van een afzonderlijk verzoek daartoe. De artikelen 256, 257 en 258 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Op hoger beroep zijn de artikelen 358 tot en met 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

  5. De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden. De bewindvoerder kan gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechter-commissaris verzoeken om wijziging van de termijn of om een nieuwe last gedurende een bepaalde termijn.

  6. Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.

  7. Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoek of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken.

25-03-2026 Huidig 19-11-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 03-03-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2023.

Tekst van deze versie

  1. De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoek uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.

  2. Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in artikel 285, tweede lid, hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.

  3. Het vonnis, bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De rechtbank benoemt een bewindvoerder die adequaat is opgeleid en over de voor zijn taken vereiste deskundigheid beschikt. Bij de aanstelling:

    1. houdt de rechtbank rekening met de specifieke kenmerken van de zaak, waaronder eventuele grensoverschrijdende elementen, en de ervaring en deskundigheid van de bewindvoerder; en

    2. hanteert de rechtbank een procedure en voorwaarden die duidelijk, transparant en rechtvaardig zijn.

  4. De rechtbank is in spoedeisende zaken bevoegd, gelet op de belangen van partijen, een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. De voorlopige voorziening wordt gevraagd in het verzoek of, indien dit al is ingediend, door indiening van een afzonderlijk verzoek daartoe. De artikelen 256, 257 en 258 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Op hoger beroep zijn de artikelen 358 tot en met 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

  5. De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden. De bewindvoerder kan gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechter-commissaris verzoeken om wijziging van de termijn of om een nieuwe last gedurende een bepaalde termijn.

  6. Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.

  7. Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoek of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken.

2 verwijzing(en)
Hoge Raad | 13-03-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 27-02-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Faillissementswet