-
Iedere schuldeiser, aandeelhouder of de krachtens wettelijke bepalingen bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kunnen bij de rechtbank een verzoek indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige die aan de schuldeisers en aandeelhouders van een schuldenaar, of een aantal van hen, overeenkomstig deze afdeling een akkoord kan aanbieden. Ook de schuldenaar kan een dergelijk verzoek doen. In dit laatste geval is artikel 370, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. Wordt het verzoek toegewezen, dan kan de schuldenaar zolang de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige duurt geen akkoord aanbieden op basis van artikel 370, eerste lid. Wel kan hij een akkoord aan de herstructureringsdeskundige overhandigen met het verzoek dit aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voor te leggen, waarna de herstructureringsdeskundige op een door hem nader te bepalen wijze en binnen een door hem te bepalen termijn tegemoet komt aan dit verzoek.
-
Heeft de rechter nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, dan vermeldt de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, in het verzoek voor welke procedure als bedoeld in artikel 369, zesde lid, hij kiest en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. Het verzoek bevat dan ook zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt. Is het verzoek niet ingediend door de schuldenaar, dan stelt de rechtbank de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid zich uit te laten over de keuze voor één van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures. In geval van een geschil hierover, beslist de rechtbank welke van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures toepassing vindt. Artikel 370, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het in dat lid bedoelde verzoek in dit geval kan worden gedaan door de herstructureringsdeskundige of de schuldenaar.
-
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in artikel 370, eerste lid, tenzij summierlijk blijkt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij niet gediend zijn. Een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt in ieder geval toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf. Dit geldt in beginsel ook als het verzoek wordt gesteund door de meerderheid van de schuldeisers, met dien verstande dat in dat geval het vijftiende lid onverminderd van toepassing is. Wordt het verzoek toegewezen, dan wijst de rechtbank een herstructureringsdeskundige aan die adequaat is opgeleid en over de voor zijn taken vereiste deskundigheid beschikt. Is bij de door de schuldenaar gedreven onderneming krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging ingesteld, dan verbindt de rechtbank aan de aanwijzing als voorwaarde dat de herstructureringsdeskundige deze ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging zo spoedig mogelijk in kennis stelt van zijn aanwijzing. Bij de aanwijzing:
houdt de rechtbank rekening met de specifieke kenmerken van de zaak, waaronder eventuele grensoverschrijdende elementen, en de ervaring en deskundigheid van de herstructureringsdeskundige; en
hanteert de rechtbank een procedure en voorwaarden die duidelijk, transparant en rechtvaardig zijn.
-
De rechtbank kan één of meer deskundigen benoemen om een onderzoek in te stellen naar de vraag of sprake is van een toestand als bedoeld in het vorige lid. Artikel 378, zesde lid, eerste en vierde zin, en het zevende en achtste lid van dit artikel zijn dan van overeenkomstige toepassing.
-
Over een verzoek als bedoeld in het eerste lid, beslist de rechtbank niet dan nadat zij de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, de schuldenaar en de observator, bedoeld in artikel 380, zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Dit geldt ook voor de beslissingen, bedoeld in het tiende, twaalfde en dertiende lid. In de laatste drie gevallen roept de rechtbank ook de herstructureringsdeskundige op om te worden gehoord.
-
De herstructureringsdeskundige voert zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uit.
-
De herstructureringsdeskundige is gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de schuldenaar waarvan hij kennisneming nodig acht voor een juiste vervulling van zijn taak.
-
De schuldenaar of zijn bestuurders en de aandeelhouders en commissarissen zo die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de schuldenaar, zijn verplicht de herstructureringsdeskundige alle inlichtingen te verschaffen als dit van hen wordt verlangd, op de wijze als daarbij is bepaald. Zij lichten de herstructureringsdeskundige eigener beweging in over feiten en omstandigheden waarvan zij weten of behoren te weten dat deze voor de herstructureringsdeskundige voor een juiste vervulling van zijn taak van belang zijn en verlenen alle medewerking die daarvoor nodig is.
-
Behoudens in het kader van de toepassing van het in deze afdeling bepaalde, deelt de herstructureringsdeskundige de verkregen informatie niet met derden.
-
De rechtbank bepaalt het salaris van de herstructureringsdeskundige aan de hand van uitgangspunten waarin het belang van een efficiënte behandeling van de akkoordprocedure tot uitdrukking komt. Ook stelt de rechtbank een bedrag vast dat de werkzaamheden van herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan gedurende het proces door de rechtbank op verzoek van de herstructureringsdeskundige worden verhoogd. Voor zover niet anders overeengekomen is, betaalt de schuldenaar deze kosten, met dien verstande dat als het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt gesteund door de meerderheid van de schuldeisers, de schuldeisers de kosten dragen. De rechtbank kan ten behoeve hiervan aan de aanwijzing de voorwaarde verbinden van zekerheidstelling of bijschrijving van een voorschot op de rekening van de rechtbank. Wordt het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige gesteund door de meerderheid van de schuldeisers, dan vermeldt de verzoeker in het verzoek het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd naar zijn oordeel ten hoogste mogen kosten en laat hij zich uit over de wijze waarop de schuldeisers deze kosten gaan dragen.
-
De herstructureringsdeskundige is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de poging om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, tenzij hem een persoonlijk ernstig verwijt treft dat hij niet heeft gehandeld zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende herstructureringsdeskundige die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.
-
Zodra duidelijk wordt dat het niet mogelijk is om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, stelt de herstructureringsdeskundige de rechtbank hiervan op de hoogte en verzoekt hij om de intrekking van zijn aanwijzing.
-
De aanwijzing eindigt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig artikel 384 homologeert, tenzij de rechtbank bij haar homologatiebeslissing bepaalt dat deze nog met een door haar te bepalen termijn voortduurt. Daarnaast kan de rechtbank te allen tijde een herstructureringsdeskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
-
Heeft de rechtbank nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, en ontleent zij haar rechtsmacht aan de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan wordt in de aanwijzingsbeschikking vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft. Elke schuldeiser die niet al op basis van het vijfde lid in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken, kan gedurende acht dagen na de melding, bedoeld in artikel 370, vierde lid, daartegen in verzet komen op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de genoemde verordening.
-
Heeft een verzoek als bedoeld in het eerste lid betrekking op een schuldenaar die een MKB-onderneming drijft of op een schuldenaar die behoort tot een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die een MKB-onderneming drijft en is op het moment dat het verzoek wordt gedaan, niet al een verklaring als bedoeld in artikel 370, derde lid, ter griffie van de rechtbank gedeponeerd, dan wijst de rechtbank dat verzoek alleen toe als de schuldenaar hiermee instemt. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen. Constateert de rechtbank dat het bestuur geen goede reden heeft voor de weigering om instemming te verlenen, dan kan zij bepalen dat haar beslissing dezelfde kracht heeft als de instemming van het bestuur.
Inhoud
Titel I Van faillissement
Eerste afdeling Van de faillietverklaring
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 3a
- Artikel 3b
- Artikel 3d
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 5a
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 13a
- Artikel 14
- Artikel 14b
- Artikel 15
- Artikel 15a
- Artikel 15b
- Artikel 15c
- Artikel 15d
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 19a
- Artikel 19b
Tweede afdeling Van de gevolgen der faillietverklaring
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 22a
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 35a
- Artikel 35b
- Artikel 36
- Artikel 36a
- Artikel 37
- Artikel 37a
- Artikel 37b
- Artikel 38
- Artikel 38a
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 42a
- Artikel 43
- Artikel 45
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 59a
- Artikel 60
- Artikel 60a
- Artikel 60b
- Artikel 61
- Artikel 63
- Artikel 63a
- Artikel 63b
- Artikel 63c
- Artikel 63d
- Artikel 63e
Derde afdeling Van het bestuur over de failliete boedel
Vierde afdeling Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
- Artikel 87
- Artikel 88
- Artikel 90
- Artikel 91
- Artikel 92
- Artikel 93
- Artikel 93a
- Artikel 94
- Artikel 95
- Artikel 96
- Artikel 97
- Artikel 98
- Artikel 99
- Artikel 100
- Artikel 101
- Artikel 102
- Artikel 103
- Artikel 104
- Artikel 105
- Artikel 105a
- Artikel 105b
- Artikel 106
- Artikel 106a
- Artikel 106b
- Artikel 106c
- Artikel 106d
- Artikel 106e
- Artikel 107
Vijfde afdeling Van de verificatie der schuldvorderingen
- Artikel 108
- Artikel 109
- Artikel 110
- Artikel 110a
- Artikel 111
- Artikel 112
- Artikel 113
- Artikel 114
- Artikel 115
- Artikel 116
- Artikel 117
- Artikel 119
- Artikel 120
- Artikel 121
- Artikel 122
- Artikel 122a
- Artikel 123
- Artikel 124
- Artikel 125
- Artikel 126
- Artikel 127
- Artikel 128
- Artikel 129
- Artikel 130
- Artikel 131
- Artikel 132
- Artikel 133
- Artikel 134
- Artikel 136
- Artikel 137
Vijfde afdeling A
Zesde afdeling Van het akkoord
- Artikel 138
- Artikel 139
- Artikel 140
- Artikel 141
- Artikel 142
- Artikel 143
- Artikel 144
- Artikel 145
- Artikel 146
- Artikel 147
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 152
- Artikel 153
- Artikel 154
- Artikel 155
- Artikel 156
- Artikel 157
- Artikel 158
- Artikel 159
- Artikel 160
- Artikel 161
- Artikel 161a
- Artikel 162
- Artikel 163
- Artikel 164
- Artikel 165
- Artikel 166
- Artikel 167
- Artikel 168
- Artikel 169
- Artikel 170
- Artikel 171
- Artikel 172
- Artikel 172a
Zevende afdeling Van de vereffening des boedels
Achtste afdeling Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
Tiende afdeling Bepalingen van internationaal recht
Elfde afdeling Van rehabilitatie
Afdeling 11A Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
Afdeling 11AA Van het faillissement van een bank
§ 1 In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
- Artikel 212g
- Artikel 212h
- Artikel 212ha
- Artikel 212hb
- Artikel 212hd
- Artikel 212he
- Artikel 212hf
- Artikel 212hg
- Artikel 212hga
- Artikel 212hgb
- Artikel 212hgc
- Artikel 212hgd*
- Artikel 212hgd
- Artikel 212hi
- Artikel 212i
- Artikel 212j
- Artikel 212k
- Artikel 212l
- Artikel 212n
- Artikel 212o
- Artikel 212p
- Artikel 212q
- Artikel 212r
- Artikel 212ra
- Artikel 212rb
- Artikel 212rc
- Artikel 212rd
- Artikel 212re
- Artikel 212rf
§ 2 Bepalingen van internationaal privaatrecht
- Artikel 212s
- Artikel 212t
- Artikel 212u
- Artikel 212v
- Artikel 212w
- Artikel 212x
- Artikel 212ij
- Artikel 212z
- Artikel 212aa
- Artikel 212bb
- Artikel 212cc
- Artikel 212dd
- Artikel 212ee
- Artikel 212ff
- Artikel 212gg
- Artikel 212hh
- Artikel 212ii
- Artikel 212jj
- Artikel 212kk
- Artikel 212ll
- Artikel 212mm
- Artikel 212nn
Afdeling 11AB Van het faillissement van een beleggingsonderneming en van een entiteit onder de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
Afdeling 11B Van het faillissement van een verzekeraar
§ 1 Definities
§ 2 Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
- Artikel 213a
- Artikel 213abis
- Artikel 213ab
- Artikel 213ad1
- Artikel 213ae
- Artikel 213af
- Artikel 213ag
- Artikel 213aga
- Artikel 213agb
- Artikel 213agc
- Artikel 213ah
- Artikel 213ar
- Artikel 213b
- Artikel 213c
- Artikel 213d
- Artikel 213g
- Artikel 213i
- Artikel 213j
- Artikel 213k
- Artikel 213ka
- Artikel 213kaa
- Artikel 213l
- Artikel 213m
- Artikel 213ma
- Artikel 213mb
- Artikel 213mc
- Artikel 213md
- Artikel 213me
- Artikel 213mf
- Artikel 213mg
- Artikel 213mh
- Artikel 213mi
- Artikel 213mj
- Artikel 213mk
§ 3 Bepalingen van internationaal privaatrecht
§ 4 Verzekeraars met beperkte risico-omvang
Afdeling 11C Van het faillissement van een centrale tegenpartij
Titel II Van surseance van betaling
Eerste afdeling Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
- Artikel 214
- Artikel 215
- Artikel 215a
- Artikel 216
- Artikel 217
- Artikel 218
- Artikel 219
- Artikel 220
- Artikel 221
- Artikel 222
- Artikel 222a
- Artikel 222b
- Artikel 223
- Artikel 223a
- Artikel 223b
- Artikel 224
- Artikel 225
- Artikel 226
- Artikel 227
- Artikel 228
- Artikel 229
- Artikel 230
- Artikel 231
- Artikel 231a
- Artikel 232
- Artikel 233
- Artikel 234
- Artikel 235
- Artikel 236
- Artikel 236a
- Artikel 237
- Artikel 237a
- Artikel 237b
- Artikel 238
- Artikel 239
- Artikel 240
- Artikel 241
- Artikel 241a
- Artikel 241b
- Artikel 241c
- Artikel 241d
- Artikel 241e
- Artikel 242
- Artikel 243
- Artikel 244
- Artikel 245
- Artikel 246
- Artikel 247
- Artikel 247a
- Artikel 247b
- Artikel 247c
- Artikel 247d
- Artikel 248
- Artikel 249
- Artikel 249a
- Artikel 250
- Artikel 251
Tweede afdeling Van het akkoord
- Artikel 252
- Artikel 253
- Artikel 254
- Artikel 255
- Artikel 256
- Artikel 257
- Artikel 257a
- Artikel 258
- Artikel 259
- Artikel 260
- Artikel 261
- Artikel 262
- Artikel 263
- Artikel 264
- Artikel 265
- Artikel 266
- Artikel 267
- Artikel 268
- Artikel 268a
- Artikel 269
- Artikel 269a
- Artikel 269b
- Artikel 271
- Artikel 272
- Artikel 273
- Artikel 274
- Artikel 275
- Artikel 276
- Artikel 277
- Artikel 278
- Artikel 279
- Artikel 280
- Artikel 281
Tweede afdeling A Bijzondere bepalingen
Tweede afdeling B Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
Derde afdeling Slotbepalingen
Titel III Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Eerste afdeling Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Tweede afdeling De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Derde afdeling Het bestuur over de boedel
Vierde afdeling De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
Vijfde afdeling Verificatie van vorderingen
Zesde afdeling Het akkoord
Zevende afdeling De vereffening van de boedel
Achtste afdeling Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Negende afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende afdeling Slotbepalingen
Tweede afdeling Homologatie van een onderhands akkoord
Artikel 371
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.