-
De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
-
Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
-
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
-
De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
-
Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator aankondiging gedaan in de Staatscourant.
Inhoud
Artikel 350 Faillissementswet – Wettekst
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
-
Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
-
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
-
De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
- Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge artikel 293 aangewezen nieuwsbladen of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator aankondiging gedaan in de publicatie bedoeld in artikel 14, derde lid.Staatscourant.