Faillissementswet

Inhoud
Titel I Van faillissement
Eerste afdeling Van de faillietverklaring
Tweede afdeling Van de gevolgen der faillietverklaring
Derde afdeling Van het bestuur over de failliete boedel
Vierde afdeling Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
Vijfde afdeling Van de verificatie der schuldvorderingen
Vijfde afdeling A
Zesde afdeling Van het akkoord
Zevende afdeling Van de vereffening des boedels
Achtste afdeling Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
Negende afdeeling Vervallen
Tiende afdeling Bepalingen van internationaal recht
Elfde afdeling Van rehabilitatie
Afdeling 11A Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
Afdeling 11AA Van het faillissement van een kredietinstelling
Afdeling 11AB Van het faillissement van een beleggingsonderneming en van een entiteit onder de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
Afdeling 11B Van het faillissement van een verzekeraar
Afdeling 11C Van het faillissement van een centrale tegenpartij
Titel II Van surseance van betaling
Eerste afdeling Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
Tweede afdeling Van het akkoord
Tweede afdeling A Bijzondere bepalingen
Tweede afdeling B Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
Derde afdeling Slotbepalingen
Titel III Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Eerste afdeling Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Tweede afdeling De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Derde afdeling Het bestuur over de boedel
Vierde afdeling De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
Vijfde afdeling Verificatie van vorderingen
Zesde afdeling Het akkoord
Zevende afdeling De vereffening van de boedel
Achtste afdeling Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Negende afdeling Bijzondere bepalingen
Tiende afdeling Slotbepalingen
Algemene slotbepaling
Tweede afdeling Homologatie van een onderhands akkoord

Artikel 288

HISTORISCH
  1. Het verzoek, bedoeld in artikel 284, eerste lid, wordt slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:

    1. dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

    2. dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, te goeder trouw is geweest; en

    3. dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

  2. Het verzoek wordt evenwel afgewezen:

    1. indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is;

    2. indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet;

    3. indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar voor de dag van indiening van het verzoek, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of

    4. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a of b of op grond van artikel 350, derde lid, onder d, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.

  3. Het verzoek kan in afwijking van het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder c, worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.

  4. Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.

  5. Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.

25-03-2026 Huidig 19-11-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 03-03-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-10-2020.

Tekst van deze versie

  1. Het verzoek, bedoeld in artikel 284, eerste lid, wordt slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:

    1. dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

    2. dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, te goeder trouw is geweest; en

    3. dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

  2. Het verzoek wordt evenwel afgewezen:

    1. indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is;

    2. indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet;

    3. indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar voor de dag van indiening van het verzoek, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of

    4. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a of b of op grond van artikel 350, derde lid, onder d, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.

  3. Het verzoek kan in afwijking van het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder c, worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.

  4. Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.

  5. Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.

32 verwijzing(en)
Hoge Raad | 09-12-2016 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 20-11-2015 | 14-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-03-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-02-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-12-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 06-01-2012 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-04-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 28-01-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-11-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 05-11-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 05-11-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 01-10-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 10-09-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 10-09-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 18-06-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 18-06-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-05-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 23-04-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 23-04-2010 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 16-04-2010 | 29-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-03-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 05-02-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 08-01-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 30-10-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 23-10-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-06-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-06-2009 | 18-02-2026
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 03-04-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 27-03-2009 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 27-02-2009 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-02-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 18-01-2008 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Faillissementswet