1. De RDI stelt de hoogte van een dwangsom vast op een bedrag dat in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang en de beoogde werking van de last onder dwangsom. Daarvoor hanteert de RDI een categorie-indeling, waarbij de verschillende normen naar zwaarte zijn ingedeeld. Daarbij worden de volgende bandbreedtes van de totale dwangsombedragen als uitgangspunt gehanteerd bij de verschillende categorieën:

  2. In bijlage 2 bij dit dwangsombeleid zijn de verschillende normen voor de overtreding waarvan de RDI een last onder dwangsom kan opleggen, ingedeeld in de categorieën als bedoeld in artikel 5.1.

  3. De RDI stelt de hoogte van de totale dwangsom in beginsel vast binnen de bandbreedte van de van toepassing zijnde categorie als bedoeld in artikel 5.1. Bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom houdt de RDI in ieder geval rekening met omstandigheden rondom de vastgestelde overtreding, de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang, de maatschappelijke impact, de mogelijke schade aan derden, de beoogde werking van de dwangsom en het door de overtreder te behalen financiële voordeel bij het voortduren van de overtreding. Ook kan, met het oog op de beoogde werking van de dwangsom, rekening worden gehouden met de draagkracht van de overtreder.

  4. Indien de hoogte van de dwangsom op grond van de categorie-indeling uit artikel 5.1 vanwege het financiële met de overtreding te behalen voordeel een onvoldoende financiële prikkel oplevert, wordt de hoogte van de dwangsom vastgesteld op ten minste het geschatte voordeel. De categorie-indeling uit artikel 5.1 en de daarin opgenomen bandbreedtes gelden dan niet.

  5. In afwijking van artikel 5.1 wordt de hoogte van de dwangsom, in geval van een overtreding door een vergunninghouder van frequentieruimte met betrekking tot mobiele communicatie, gerelateerd aan de veilingprijs (dekkings- en snelheidsverplichting), respectievelijk reserveprijs (ingebruiknameverplichting). Dit is nader uitgewerkt in het Toezichtkader Mobiele Communicatie2https://www.rdi.nl/site/binaries/site-content/collections/documenten/2024/02/14/toezichtskader-en-meetprotocol/Toezichtkader+Mobiele+Communicatie.pdf..

  6. Indien de RDI een last onder dwangsom oplegt aan een natuurlijk persoon, worden in beginsel dezelfde uitgangspunten gehanteerd als ten aanzien van rechtspersonen.

  7. Per last onder dwangsom bepaalt de RDI per hoeveel tijdseenheden dan wel overtredingen een dwangsom kan worden verbeurd. Dat kan een bedrag ineens zijn, per tijdseenheid of per overtreding. Indien een dwangsom per tijdseenheid of overtreding wordt vastgesteld, wordt het totale dwangsombedrag dat op grond van artikel 5.1 tot en met artikel 5.4 is vastgesteld gedeeld door het aantal tijdseenheden of overtredingen. Dat bedrag wordt per tijdseenheid of overtreding verbeurd in geval van niet naleving van de last.

  8. De RDI hanteert in beginsel één, drie of vijf tijdseenheden dan wel overtredingen. Het aantal tijdseenheden of overtredingen wordt afgestemd op de mate van impact van de overtreding en het te behalen voordeel met het voortzetten van de overtreding.

  9. Indien de RDI één tijdseenheid hanteert, wordt de op grond van artikel 5.1 tot en met artikel 5.4 vastgestelde totale dwangsom ineens verbeurd indien niet binnen de begunstigingstermijn wordt voldaan aan de last.