Burgerlijk Wetboek Boek 5

Inhoud
Boek 5 Zakelijke rechten
Titel 1 Eigendom in het algemeen
Titel 2 Eigendom van roerende zaken
Titel 3 Eigendom van onroerende zaken
Titel 4 Bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven
Titel 5 Mandeligheid
Titel 6 Erfdienstbaarheden
Titel 7 Erfpacht
Titel 8 Opstal
Titel 9 Appartementsrechten

Artikel 20

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-01-2024.
  1. De eigendom van de grond omvat, voor zover de wet niet anders bepaalt:

    1. de bovengrond;

    2. de daaronder zich bevindende aardlagen;

    3. het grondwater dat door een bron, put of pomp aan de oppervlakte is gekomen;

    4. het water dat zich op de grond bevindt en niet in open gemeenschap met water op eens anders erf staat;

    5. gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van eens anders onroerende zaak;

    6. met de grond verenigde beplantingen.

  2. In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond van anderen is of wordt aangelegd, toe aan de bevoegde aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger.

01-01-2024 Huidig 01-05-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-05-2023.

Tekst van deze versie

  1. De eigendom van de grond omvat, voor zover de wet niet anders bepaalt:

    1. de bovengrond;

    2. de daaronder zich bevindende aardlagen;

    3. het grondwater dat door een bron, put of pomp aan de oppervlakte is gekomen;

    4. het water dat zich op de grond bevindt en niet in open gemeenschap met water op eens anders erf staat;

    5. gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van eens anders onroerende zaak;

    6. met de grond verenigde beplantingen.

  2. In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond van anderen is of wordt aangelegd, toe aan de bevoegde aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger.

2 verwijzing(en)
Hoge Raad | 20-09-2013 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 06-12-2012 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 5