Burgerlijk Wetboek Boek 1 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.

Inhoud
Boek 1 Personen- en familierecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Het recht op de naam
Titel 3 Woonplaats
Titel 4 Burgerlijke stand
Afdeling 1 De ambtenaar van de burgerlijke stand
Afdeling 2 De registers van de burgerlijke stand en de bewaring daarvan
Afdeling 3 Akten van de burgerlijke stand en partijen bij deze akten
Afdeling 4 De akten van geboorte, van overlijden en de akten houdende attestaties de vita
Afdeling 5 Latere vermeldingen
Afdeling 6 Akten van inschrijving van bepaalde rechterlijke uitspraken
Afdeling 7 De bewijskracht van akten van de burgerlijke stand alsmede van afschriften en uittreksels
Afdeling 8 De openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand
Afdeling 9 De aanvulling van de registers van de burgerlijke stand en de verbetering van de daarin voorkomende akten en latere vermeldingen
Afdeling 10 Inschrijving van buitenlandse akten en de rechterlijke last tot het opmaken van een vervangende akte van geboorte
Afdeling 11 De verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak
Afdeling 12 Voorziening tegen de weigering tot het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of tot een andere verrichting
Afdeling 13 Wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte
Afdeling 14 De Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit
Titel 5 Het huwelijk
Titel 5A Het geregistreerd partnerschap
Titel 6 Rechten en verplichtingen van echtgenoten
Titel 7 De wettelijke gemeenschap van goederen
Titel 8 Huwelijkse voorwaarden
Titel 9 Ontbinding van het huwelijk
Titel 10 Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
Titel 11 Afstamming
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane vaderschap
Afdeling 2a Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane moederschap
Afdeling 3 Erkenning
Afdeling 4 Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
Afdeling 5 Inroeping of betwisting van staat
Afdeling 6 De bijzondere curator
Titel 12 Adoptie
Titel 13 Minderjarigheid
Titel 14 Het gezag over minderjarige kinderen
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Ouderlijk gezag
§ 1 Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding
Paragraaf 1a Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
§ 2 Het gezag van ouders anders dan na scheiding
§ 2a Gezag na meerderjarigverklaring
§ 3 Het bewind van de ouders
Afdeling 3 Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
Afdeling 3A Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
Paragraaf 1 Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
Paragraaf 2 Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing
Paragraaf 3 Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
Afdeling 4 Ondertoezichtstelling van minderjarigen
Afdeling 5 Beëindiging van het ouderlijk gezag
Afdeling 6 Voogdij
Titel 15 Omgang en informatie
Titel 16 Curatele
Titel 17 Levensonderhoud
Titel 18 Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Titel 19 Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
Titel 20 Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen

Paragraaf 2

Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing

Artikel 253t

  1. Indien het gezag over een kind bij één ouder berust, kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.

  2. In het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek slechts toegewezen, indien:

    1. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en

    2. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

  3. Het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

  4. Het gezamenlijk gezag, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden toegekend in de gevallen, bedoeld in artikel 253q, eerste lid, en artikel 253r. Het staat niet open voor rechtspersonen.

  5. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander, of van een ouder en de ander in een vrij te bepalen volgorde. Artikel 5, veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing. Een zodanig verzoek wordt afgewezen, indien

    1. het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek;

    2. het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of

    3. het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.

Artikel 253u

Het gezamenlijk gezag begint op de dag waarop de beslissing die de benoeming inhoudt, in kracht van gewijsde is gegaan, of, indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden.

Artikel 253v

  1. Op de gezamenlijke gezagsuitoefening door de ouder en de ander zijn de artikelen 246, 247, 249, 250, 253a, 253j tot en met 253m, 253q, eerste lid, 253r alsmede 253s van overeenkomstige toepassing.

  2. Artikel 253i is van overeenkomstige toepassing, tenzij de met het gezag belaste ouder het bewind niet voert ingevolge artikel 253i, vierde lid, onder a of c.

  3. Artikel 253n is van overeenkomstige toepassing. De rechtbank geeft geen beslissing tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 253t, dan nadat zij de ouders of de niet met het gezag belaste ouder in de gelegenheid heeft gesteld te verzoeken in het belang van het kind de ouders gezamenlijk met het gezag over het kind te belasten of de niet met het gezag belaste ouder daarmee te belasten.

  4. Indien de rechtbank na beëindiging van het gezamenlijk gezag van de ouder en de ander, deze ander met de voogdij heeft belast, kan zij te allen tijde wegens wijziging van omstandigheden op verzoek van de ouders of van één van hen in het belang van het kind één ouder met het gezag of de ouders met het gezamenlijk gezag belasten.

  5. Artikel 253q, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de rechtbank geen voogd benoemt dan nadat zij de niet met het gezag belaste ouder in de gelegenheid heeft gesteld te verzoeken in het belang van het kind hem met het gezag over het kind te belasten. Het verzoek, bedoeld in artikel 253q, tweede lid, kan tevens door de ander dan de ouder worden gedaan.

  6. De afdelingen 4 en 5 van deze titel zijn van overeenkomstige toepassing op het gezamenlijk gezag van de ouder en de ander, met dien verstande dat in geval van beëindiging van het gezag van de ouder die gezamenlijk met de ander het gezag uitoefent, de ander niet alleen met het gezag wordt belast dan nadat de rechtbank de niet met het gezag belaste ouder in de gelegenheid heeft gesteld te verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten.

← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 1