-
Ingeval van gezamenlijke gezagsuitoefening voeren de ouders gezamenlijk het bewind over het vermogen van het kind en vertegenwoordigen zij gezamenlijk het kind in burgerlijke handelingen, met dien verstande dat een ouder alleen, mits niet van bezwaren van de andere ouder is gebleken, hiertoe ook bevoegd is.
-
Artikel 253a van dit boek is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van "de rechtbank" wordt gelezen "de kantonrechter".
-
Oefent een ouder het gezag alleen uit, dan wordt door die ouder het bewind over het vermogen van het kind gevoerd en het kind in burgerlijke handelingen vertegenwoordigd.
-
Van het bepaalde in het eerste en derde lid kan worden afgeweken:
indien de rechter bij de beschikking waarbij de uitoefening van het gezag over het kind aan een van de ouders wordt opgedragen op eensluidend verzoek van de ouders of op verzoek van één van hen, mits de ander zich daartegen niet verzet, heeft bepaald dat de ouder die niet het gezag over het kind zal uitoefenen, het bewind over het vermogen van het kind zal voeren;
ingevolge artikel 276, tweede lid, van dit boek, bij beëindiging van het gezag;
indien hij die een minderjarige goederen schenkt of vermaakt, bij de gift, onderscheidenlijk bij de uiterste wilsbeschikking, heeft bepaald dat een ander het bewind over die goederen zal voeren.
-
In het laatstbedoelde geval zijn de ouders, of - indien een ouder het gezag alleen uitoefent - die ouder, bevoegd van de bewindvoerder rekening en verantwoording te vragen.
-
Bij het vervallen van het door de schenker of erflater ingesteld bewind zijn het eerste en tweede lid, onderscheidenlijk het derde lid, van toepassing.
Burgerlijk Wetboek Boek 1 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Boek 1 Personen- en familierecht
Titel 3 Woonplaats
Titel 4 Burgerlijke stand
Afdeling 1 De ambtenaar van de burgerlijke stand
Afdeling 2 De registers van de burgerlijke stand en de bewaring daarvan
Afdeling 3 Akten van de burgerlijke stand en partijen bij deze akten
Afdeling 4 De akten van geboorte, van overlijden en de akten houdende attestaties de vita
Afdeling 5 Latere vermeldingen
Afdeling 6 Akten van inschrijving van bepaalde rechterlijke uitspraken
Afdeling 7 De bewijskracht van akten van de burgerlijke stand alsmede van afschriften en uittreksels
Afdeling 8 De openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand
Afdeling 9 De aanvulling van de registers van de burgerlijke stand en de verbetering van de daarin voorkomende akten en latere vermeldingen
Afdeling 10 Inschrijving van buitenlandse akten en de rechterlijke last tot het opmaken van een vervangende akte van geboorte
Afdeling 11 De verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak
Afdeling 12 Voorziening tegen de weigering tot het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of tot een andere verrichting
Afdeling 13 Wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte
Afdeling 14 De Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit
Titel 5 Het huwelijk
Afdeling 1 Vereisten tot het aangaan van een huwelijk
Afdeling 2 Formaliteiten die aan de voltrekking van het huwelijk moeten voorafgaan
Afdeling 3 Stuiting van het huwelijk
Afdeling 4 De voltrekking van het huwelijk
Afdeling 5 Nietigverklaring van een huwelijk
Afdeling 6 Bewijs van het bestaan van het huwelijk
Titel 5A Het geregistreerd partnerschap
Titel 6 Rechten en verplichtingen van echtgenoten
Titel 7 De wettelijke gemeenschap van goederen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Het bestuur van de gemeenschap
Afdeling 3 Ontbinding van de gemeenschap
Afdeling 4 Opheffing van de gemeenschap bij beschikking
Titel 8 Huwelijkse voorwaarden
Afdeling 1 Huwelijkse voorwaarden in het algemeen
Afdeling 2 Verrekenbedingen
Paragraaf 1 Algemene regels voor verrekenbedingen
Paragraaf 2 Periodieke verrekenbedingen
Paragraaf 3 Finale verrekenbedingen
Titel 9 Ontbinding van het huwelijk
Afdeling 1 Ontbinding van het huwelijk in het algemeen
Titel 10 Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
Afdeling 1 Scheiding van tafel en bed
Afdeling 2 Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
Titel 11 Afstamming
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane vaderschap
Afdeling 2a Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane moederschap
Afdeling 4 Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
Afdeling 5 Inroeping of betwisting van staat
Afdeling 6 De bijzondere curator
Titel 13 Minderjarigheid
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Handlichting
Afdeling 3 De raad voor de kinderbescherming
Afdeling 4 Registers betreffende het over minderjarigen uitgeoefende gezag
Titel 14 Het gezag over minderjarige kinderen
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Ouderlijk gezag
§ 1 Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding
Paragraaf 1a Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
§ 2 Het gezag van ouders anders dan na scheiding
§ 2a Gezag na meerderjarigverklaring
§ 3 Het bewind van de ouders
Afdeling 3 Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen
Afdeling 3A Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
Paragraaf 1 Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
Paragraaf 2 Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing
Paragraaf 3 Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder
Afdeling 4 Ondertoezichtstelling van minderjarigen
- Artikel 254
- Artikel 255
- Artikel 256
- Artikel 257
- Artikel 258
- Artikel 259
- Artikel 260
- Artikel 261
- Artikel 262
- Artikel 262a
- Artikel 262b
- Artikel 263
- Artikel 264
- Artikel 265
- Artikel 265a
- Artikel 265b
- Artikel 265c
- Artikel 265d
- Artikel 265e
- Artikel 265f
- Artikel 265g
- Artikel 265h
- Artikel 265i
- Artikel 265j
- Artikel 265k
Afdeling 5 Beëindiging van het ouderlijk gezag
Afdeling 6 Voogdij
§ 1 Voogdij in het algemeen
§ 2 Voogdij door een der ouders opgedragen
§ 3 Voogdij door de rechter opgedragen
§ 4 Voogdij van rechtspersonen
§ 5 Ontslag van de voogdij
§ 6 Onbevoegdheid tot de voogdij
§ 7 Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen
§ 8 Beëindiging van voogdij
§ 9 Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige
§ 10 Het bewind van de voogd
- Artikel 337
- Artikel 337a
- Artikel 338
- Artikel 339
- Artikel 340
- Artikel 341
- Artikel 342
- Artikel 343
- Artikel 344
- Artikel 345
- Artikel 346
- Artikel 347
- Artikel 348
- Artikel 349
- Artikel 350
- Artikel 351
- Artikel 352
- Artikel 353
- Artikel 354
- Artikel 355
- Artikel 356
- Artikel 357
- Artikel 358
- Artikel 359
- Artikel 360
- Artikel 361
- Artikel 362
- Artikel 363
- Artikel 364
- Artikel 365
- Artikel 366
- Artikel 367
- Artikel 369
- Artikel 370
- Artikel 371
- Artikel 371a
§ 11 De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij
Titel 15 Omgang en informatie
Titel 16 Curatele
Titel 17 Levensonderhoud
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen
Titel 18 Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Afdeling 1 Onderbewindstelling in geval van afwezigheid
Afdeling 2 Personen wier bestaan onzeker is
Afdeling 3 Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen
Titel 19 Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
Titel 20 Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen
§ 3
Artikel 253j
De ouders of een ouder moeten het bewind over het vermogen van hun kind als goede bewindvoerders voeren. Bij slecht bewind zijn zij voor de daaraan te wijten schade aansprakelijk, behoudens voor de vruchten van dat vermogen voor zover de wet hun het genot daarvan toekent.
Artikel 253k
Op het bewind van de ouders of een ouder zijn de artikelen 342, tweede lid, 344 tot en met 357 en 370 van dit boek van overeenkomstige toepassing.
Artikel 253l
-
Elke ouder die het gezag over zijn kind uitoefent, heeft het vruchtgenot van diens vermogen. Indien het kind bij de ouder inwoont en anders dan incidenteel inkomen uit arbeid geniet, is het verplicht naar draagkracht bij te dragen in de kosten van de huishouding van het gezin.
-
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval het gezag van de ouder is beëindigd, tenzij de andere ouder het gezag uitoefent.
-
Aan bedoeld vruchtgenot zijn de lasten verbonden, die op vruchtgebruikers rusten.
Artikel 253m
De ouder heeft geen vruchtgenot van het vermogen, ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift is bepaald dat de ouders daarvan het vruchtgenot niet zullen hebben.