Indien de voogd in gebreke blijft:
gehoor te geven aan een oproeping van de kantonrechter om voor hem te verschijnen;
een boedelbeschrijving of een verklaring als bedoeld in artikel 339 van dit boek in te leveren;
op de door de kantonrechter bepaalde datum zijn periodieke rekening in te dienen;
aan de minderjarige toebehorende spaarbankboekjes, gelden, of toondereffecten die hij niet te diens name heeft doen stellen, op de voorgeschreven wijze te bewaren;
de kantonrechter het bewijs te leveren, dat hij een van hem verlangde zekerheid gesteld heeft; of
de schadevergoeding te betalen, waartoe de kantonrechter hem ingevolge artikel 362 van dit boek veroordeeld heeft,
kan de kantonrechter de raad voor de kinderbescherming hiermede in kennis stellen.