Indien de voogd in gebreke blijft:

  1. gehoor te geven aan een oproeping van de kantonrechter om voor hem te verschijnen;

  2. een boedelbeschrijving of een verklaring als bedoeld in artikel 339 van dit boek in te leveren;

  3. op de door de kantonrechter bepaalde datum zijn periodieke rekening in te dienen;

  4. aan de minderjarige toebehorende spaarbankboekjes, gelden, of toondereffecten die hij niet te diens name heeft doen stellen, op de voorgeschreven wijze te bewaren;

  5. de kantonrechter het bewijs te leveren, dat hij een van hem verlangde zekerheid gesteld heeft; of

  6. de schadevergoeding te betalen, waartoe de kantonrechter hem ingevolge artikel 362 van dit boek veroordeeld heeft,

kan de kantonrechter de raad voor de kinderbescherming hiermede in kennis stellen.