Besluit voertuigen Actueel

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Verbodsbepalingen
Hoofdstuk 3 Periodieke keuring van voertuigen
Afdeling 1 Uitzondering keuringsplicht
Afdeling 2 Keuringsrapport
§ 1 Aanvraag keuringsrapport en verplichtingen
§ 2 Aanvang geldigheidsduur keuringsbewijs
§ 3 Geldigheidsduur keuringsbewijs
§ 4 Afgifte keuringsbewijs
Afdeling 3 Herkeuring en deskundigenonderzoek
Hoofdstuk 3a Experiment acceptatie buitenlandse algemene periodieke keuringen
Hoofdstuk 3b Tellerstanden
Hoofdstuk 4 Strafbepalingen
Hoofdstuk 4a Overgangsrecht APK-plicht voor bestaande landbouw- en bosbouwtrekkers
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Afdeling 2

Keuringsrapport

Artikel 14

  1. Degene die een keuringsrapport aanvraagt bij de Dienst Wegverkeer, stelt het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de afgifte van het rapport wordt gevraagd, voor een keuring ter beschikking van een door de Dienst Wegverkeer met het verrichten van de keuring belaste functionaris, op een door deze bepaalde plaats en bepaald tijdstip.

  2. Degene die een keuringsrapport aanvraagt bij een ingevolge artikel 14, eerste lid, van het Besluit erkenningen wegverkeer erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, stelt ter verkrijging daarvan het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de afgifte van het rapport wordt gevraagd, voor een keuring ter beschikking van een door die persoon met het verrichten van de keuring belaste functionaris op een door deze bepaalde plaats en bepaald tijdstip.

Artikel 15

  1. De geldigheidsduur van een keuringsbewijs vangt aan met ingang van de dag van afgifte.

  2. Indien een keuringsbewijs wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop artikel 72, eerste lid, van de wet voor het betrokken voertuig gelding verkrijgt, vangt de geldigheidsduur van het keuringsbewijs aan met ingang van dat tijdstip, mits, voor zover artikel 72, eerste lid, van de wet vóór dat tijdstip op grond van een ingevolge een andere wet dan de wet afgegeven keuringsbewijs niet geldt, dat document voorafgaande aan de behandeling van de aanvraag wordt overgelegd.

  3. Indien een keuringsbewijs wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop de geldigheidsduur van een eerder voor het betrokken voertuig afgegeven keuringsbewijs verstrijkt, vangt de geldigheidsduur van het keuringsbewijs aan met ingang van dat tijdstip, mits vorenbedoeld eerder afgegeven keuringsbewijs voorafgaande aan de behandeling van de aanvraag wordt overgelegd.

Artikel 16

  1. Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar.

  2. In afwijking van het eerste lid is het keuringsbewijs geldig voor de duur van twee jaren indien het keuringsbewijs is afgegeven voor een ander motorrijtuig dan in de artikelen 5 tot en met 7 bedoeld, en:

    1. dat is uitgerust met een verbrandingsmotor die niet wordt gevoed door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of diesel; en

    2. sinds de datum van eerste toelating op het moment van afgifte van het keuringsbewijs een termijn van zeven jaren nog niet is verstreken.

  3. In afwijking van het eerste lid is voorts het keuringsbewijs waarvan de datum van afgifte 30 jaren of meer ligt na de datum van eerste toelating geldig voor de duur van twee jaren indien het desbetreffende keuringsbewijs is afgegeven voor een ander motorrijtuig dan in de artikelen 5 tot en met 7 bedoeld.

  4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid is een keuringsbewijs afgegeven voor een landbouw- of bosbouwtrekker geldig voor de duur van twee jaren.

Artikel 17

De afgifte van een keuringsbewijs geschiedt niet elektronisch.

Artikel 18

De termijn, bedoeld in artikel 91, tweede lid, van de wet, waarbinnen tegen een beschikking tot afgifte van een keuringsbewijs bezwaar kan worden gemaakt, bedraagt een jaar.

← terug naar Besluit voertuigen