Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een motorrijtuig of een aanhangwagen op de dag waarop dat voertuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport aan een keuring wordt onderworpen.
Besluit voertuigen Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Verbodsbepalingen
Hoofdstuk 3 Periodieke keuring van voertuigen
Afdeling 1 Uitzondering keuringsplicht
§ 2 Overige uitzonderingen
Afdeling 2 Keuringsrapport
Afdeling 3 Herkeuring en deskundigenonderzoek
Hoofdstuk 3a Experiment acceptatie buitenlandse algemene periodieke keuringen
Paragraaf 1 Algemeen
Hoofdstuk 3b Tellerstanden
Hoofdstuk 4 Strafbepalingen
Hoofdstuk 4a Overgangsrecht APK-plicht voor bestaande landbouw- en bosbouwtrekkers
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
§ 2
Artikel 10
Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor:
bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen en aanhangwagens:
- 1°
waarvoor een bijzonder kenteken als bedoeld in het Kentekenreglement is opgegeven,
- 2°
die een keuring als bedoeld in de artikelen 22 of 26 van de wet ondergaan en waarvoor een bij ministeriële regeling vastgesteld kenteken is opgegeven, of
- 3°
Op de dag waarop zij overeenkomstig de bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften worden onderzocht in verband met de inschrijving en tenaamstelling;
- 1°
bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van rijdende werktuigen.
Artikel 11
-
Een motorrijtuig of een aanhangwagen mag gedurende twee maanden na het tijdstip waarop artikel 72, eerste lid, van de wet voor dat voertuig gelding verkrijgt, op de weg staan zonder dat voor dat voertuig een keuringsbewijs is afgegeven waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken.
-
Een motorrijtuig of een aanhangwagen mag gedurende twee maanden na het tijdstip waarop de geldigheidsduur van een voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen afgegeven keuringsbewijs verstrijkt, op de weg staan zonder dat voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen een keuringsbewijs is afgegeven waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken.
Artikel 12
Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor motorrijtuigen en aanhangwagens die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 2 van het Besluit erkenningen wegverkeer is verleend.