Besluit voertuigen

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Verbodsbepalingen
Hoofdstuk 3 Periodieke keuring van voertuigen
Afdeling 1 Uitzondering keuringsplicht
Afdeling 2 Keuringsrapport
§ 1 Aanvraag keuringsrapport en verplichtingen
§ 2 Aanvang geldigheidsduur keuringsbewijs
§ 3 Geldigheidsduur keuringsbewijs
§ 4 Afgifte keuringsbewijs
Afdeling 3 Herkeuring en deskundigenonderzoek
Hoofdstuk 3a Experiment acceptatie buitenlandse algemene periodieke keuringen
Hoofdstuk 3b Tellerstanden
Hoofdstuk 4 Strafbepalingen
Hoofdstuk 4a Overgangsrecht APK-plicht voor bestaande landbouw- en bosbouwtrekkers
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 16a

HISTORISCH
  1. De geldigheidsduur van het keuringsbewijs, bedoeld in artikel 16, kan op aanvraag door de Dienst Wegverkeer worden verlengd met drie maanden indien vanwege de maatregelen ter bestrijding van COVID-19:

    1. de eigenaar of houder van het voertuig niet in de gelegenheid is het voertuig voor het einde van de geldigheidsduur te laten keuren vanwege de uitoefening van een cruciaal beroep of omdat de eigenaar of houder of het voertuig zich in het buitenland bevindt; en

    2. aannemelijk is dat het voertuig niet op enigerlei wijze ter keuring kan worden aangeboden bij de Dienst Wegverkeer of een ingevolge artikel 84 van de wet erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon.

  2. Ten behoeve van de verlenging, bedoeld in het eerste lid, wordt een vervangend keuringsbewijs verstrekt.

04-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 04-09-2020 Historisch 16-03-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-12-2020.

Tekst van deze versie

  1. De geldigheidsduur van het keuringsbewijs, bedoeld in artikel 16, kan op aanvraag door de Dienst Wegverkeer worden verlengd met drie maanden indien vanwege de maatregelen ter bestrijding van COVID-19:

    1. de eigenaar of houder van het voertuig niet in de gelegenheid is het voertuig voor het einde van de geldigheidsduur te laten keuren vanwege de uitoefening van een cruciaal beroep of omdat de eigenaar of houder of het voertuig zich in het buitenland bevindt; en

    2. aannemelijk is dat het voertuig niet op enigerlei wijze ter keuring kan worden aangeboden bij de Dienst Wegverkeer of een ingevolge artikel 84 van de wet erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon.

  2. Ten behoeve van de verlenging, bedoeld in het eerste lid, wordt een vervangend keuringsbewijs verstrekt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit voertuigen