1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
de persoonsgegevens van de exploitant;
de persoonsgegevens van de beheerder; en
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
het aantal werkzame prostituees;
de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;
een nauwkeurige plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening met een schaal van tenminste 1:100, met vermelding van de oppervlakte van de verschillende ruimten in m2;
een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
een verklaring en een rapport van de GGD dat de seksinrichting, zijnde een prostitutiebedrijf of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, dan wel met een seksbioscoop, seksautomatenhal of sekstheater, voldoet aan de vereisten zoals vastgesteld in de door het bevoegde bestuursorgaan vastgestelde beleidsregeling.
3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.