1. De burgemeester stelt de looptijd van de vergunning vast.

  2. Een nieuwe ondernemer krijgt in beginsel een vergunning voor de exploitatie van een horecabedrijf voor de duur van maximaal 3 jaar;

  3. Aan het einde van de looptijd dient de ondernemer een verzoek tot verlenging van zijn vergunning in te dienen. Indien de ondernemer voldoet aan de gestelde vereisten in artikel 2:28 en een goed exploitatieverleden heeft, zal deze vergunning verlengd kunnen worden voor onbepaalde tijd.

  4. Een ondernemer komt niet in aanmerking voor een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd indien de ondernemer niet aan de criteria voldoet.

  5. In geval van bijzondere omstandigheden kan de looptijd van de vergunning worden verkort. Daarvan is sprake als naar het oordeel van de burgemeester daar redenen voor zijn op grond van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of op grond van de openbare orde of de veiligheid.