Onverminderd de in artikel 1:6 en 1:8 genoemde gronden voor het intrekken, wijzigen of weigeren van een vergunning, en onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, kan de burgemeester de exploitatievergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, weigeren of wijzigingen indien:
de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of leidinggevende onder curatele staat;
de exploitant of leidinggevende de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting door de aanwezigheid van de openbare inrichting nadelig wordt beïnvloed;
aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die gevaar kunnen veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
de exploitant of de leidinggevende strafbare feiten pleegt in het horecabedrijf, dan wel toelaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het openbare inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is geweigerd, is ingetrokken of is vervallen.