1. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd dan wel onder voorschriften worden verleend op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde de van de houtopstand;

    3. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    6. de waarde van de houtopstand voor recreatie en leefbaarheid;

    7. de vaststelling dat de boom monumentaal of toekomstig monumentaal is.

  2. Een omgevingsvergunning voor het kappen kan bovendien worden geweigerd op de enkele grond dat de vereiste vergunning voor een bouw- of aanlegplan waarvoor de kap noodzakelijk is, nog geen rechtskracht heeft.

  3. Voor een monumentale of toekomstig monumentale boom of houtopstand wordt geen kapvergunning afgegeven, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde en veiligheid, een noodtoestand of een andere uitzonderlijke situatie.

  4. Artikel 4.11 eerste lid van deze verordening is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang in het kader van de openbare orde of sprake is van een direct gevaar voor personen of goederen (noodkap).