1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  2. In afwijking van lid 1 wordt overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen, gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikelen 2:21, 2:47, 2:48, 2:57, 2:58, 2:64, 4:6, 4:15, 5:11 en 5:13.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en artikel 4:11 tweede lid.

  4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3 lid 3 Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64 lid 1 Wet veiligheidsregio’s.