1. Het is verboden op door het college ter bescherming van het natuur-, landschaps- of dorpsschoon aangewezen plaatsen, de bij het aanwijzingsbesluit aangeduide paddenstoelen te plukken of bij zich te hebben;

  2. Het in dit artikel bepaalde geldt niet:

  3. ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel van elders afkomstige paddenstoelen;

  4. indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden;

  5. voor zover de Wet natuurbescherming van toepassing is;

  6. voor zover het plukken van paddenstoelen gebeurd voor inventarisatie en voor beheerswerk.

  7. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.