1. Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen, indien:

    1. De kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:3 is gedaan;

    2. Gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die in de kennisgeving als bedoeld in artikel 4:3 zijn verstrekt;

    3. De houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te voorkomen;

    4. De burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft, hetzij op grond van het overschrijden van het maximum van twaalf incidentele festiviteiten, hetzij wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed;

  2. De burgemeester meldt het verbod van een incidentele festiviteit binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding.