1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken in inrichtingen:

    1. waarin onderwijs wordt gegeven; of

    2. die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen, met uitzondering van watersportverenigingen; of

    3. die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties- of instellingen; of

    4. waarin, of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verkocht.

  2. De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2.34c lid 1 gestelde verboden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  3. De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.