1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    1. het strand: het Wadden- en Noordzeestrand vanaf de jachthaven met inbegrip van de duinhellingen of het beloop der duinen en de afritten van wegen en paden welke toegang geven tot het strand.

    2. bewaakte stranden: het strandvlak gelegen tussen palen 50,41 en 50,77 ter hoogte van de overgang Badweg en het strandvlak gelegen tussen de palen 52,89 en 53,29 ter hoogte van kampeerterrein Stortemelk

    3. badseizoen: de periode van 1 mei tot 1 oktober.