1. burgemeester en wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het ter bescherming van het natuur-, landschaps- of dorpsschoon verboden is daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken, van hun plaats te verwijderen en/of of bij zich te hebben;

  2. Het is verboden op een door burgemeester en wethouders krachtens het eerste lid aangewezen plaats de daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken van hun plaats te verwijderen en/of bij zich te hebben;

  3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod;

  4. Het in dit artikel bepaalde geldt voor zover de Flora- en Faunawet niet van toepassing is.