1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2.47, 2.48, 2.49, 2.50, 2.51, 2.52, 2.59 en 4.8.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10a, vierde lid, 2.12, eerste lid en 4.11, eerste lid als er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.