1. Het is verboden in het openbaar de naam van God vloekende te gebruiken.

  2. Het is verboden in het openbaar ruwe of onzedelijke taal te gebruiken.

  3. Het bepaalde in lid 1 en 2 geldt niet voor zover het betreft het openbaren van gevoelens of gedachten, zoals bedoeld in artikel 7 van de Grondwet of indien het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.