1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2:80 te exploiteren.

  2. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en beheerder;

    2. het adres van de inrichting;

    3. het aantal personen dat in de inrichting verblijf wordt verschaft;

    4. de totale woonoppervlakte die in de inrichting voor verblijf beschikbaar is;

    5. het aantal beschikbare parkeerplaatsen.

  3. De vergunninghouder is gehouden gewijzigde omstandigheden waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van invloed zijn op de verleende vergunning, onverwijld aan de burgemeester door te geven.

  4. Op de aanvraag van een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.