1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. Het verbod zoals bedoeld in het eerste lid geldt niet voor de door de burgemeester bij besluit aangewezen kleine evenementen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  5. Bij het in het tweede lid genoemde besluit wordt de verplichting opgelegd tot het melden van het voorgenomen kleine evenement aan de burgemeester. Voorts wordt daarbij aangegeven het tijdstip, voorafgaand aan het evenement, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan en de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt.

  6. De burgemeester kan binnen 48 uur na ontvangst van de melding besluiten het evenement, als bedoeld in het derde lid, te verbieden indien er aanleiding is te vermoeden dat de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 1:8 van toepassing zijn.

  7. Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  8. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.