1. Het is verboden in de openlucht carbid te schieten.

  2. Het onder 1 gestelde verbod geldt niet wanneer er aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

    • het carbidschieten vindt plaats op oudejaarsdag tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur;

    • er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;

    • wanneer iemand carbid schiet, wordt toezicht gehouden door een andere persoon vanaf 18 jaar, beide personen verkeren niet onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen, waarbij zij hun eigen veiligheid en de veiligheid van het publiek waarborgen;

    • er worden adequate maatregelen genomen om gevaar, schade of hinder voor personen of de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen;

    • het carbidschieten vindt plaats in een richting welke is tegengesteld aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen en de toeschouwers zich bevinden;

    • een maximum inhoud van één liter geldt voor een bus die binnen de bebouwde kom wordt gebruikt.

  3. Aanvullend gelden alle onderstaande voorwaarden wanneer het carbidschieten plaatsvindt buiten de bebouwde kom:

    • er is toestemming van de eigenaar van het terrein waaraf wordt geschoten;

    • de plaats vanwaar wordt geschoten is gelegen op een afstand van ten minste 500 meter van zorginstellingen met verblijfsfunctie;

    • binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt worden in totaal niet meer dan zes bussen gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig gehouden voor carbidschieten;

    • het vrij schootsveld is minimaal 75 meter en hierin liggen geen verharde openbare wegen of paden;

  4. De burgemeester kan te allen tijde het schieten van carbid verbieden als de veiligheid van personen en goederen in het geding is en/of het woon- en leefklimaat en/of de volksgezondheid wordt aangetast;

  5. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is.

  6. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.