1. Het is verboden een terras in te richten en te exploiteren bij een openbare inrichting in strijd met de door het bevoegd bestuursorgaan vastgestelde algemene regels.

  2. De burgemeester kan besluiten om in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en bescherming van het woon- en leefklimaat voor het inrichten en exploiteren van een terras toch een vergunningsplicht op te leggen.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester aan een vergunning als bedoeld in lid twee van dit artikel, voorschriften en beperkingen opnemen ten aanzien van de openingstijden, de afmetingen en de exploitatie van het terras (waarbij afgeweken kan worden van de algemene regels als bedoeld in artikel 2:28 eerste lid).